Artikel 141 Wetboek van Strafvordering
Met de opsporing van strafbare feiten zijn belast:
de officieren van justitie;
de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder a, van de Politiewet 2012, en de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder c en d, van die wet, voor zover zij zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;
de door Onze Minister van Veiligheid en Justitie in overeenstemming met Onze Minister van Defensie aangewezen militairen van de Koninklijke marechaussee;
de opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
- Art. 80 AWR
- Art. 18 Invord1990
- Art. 4 Politiewet
- Art. 10 Politiewet
- Art. 51ac Sv
- Art. 55b Sv
- Art. 55c Sv
- Art. 55d Sv
- Art. 126h Sv
- Art. 126j Sv
- Art. 126jj Sv
- Art. 126l Sv
- Art. 126nba Sv
- Art. 126p Sv
- Art. 126qa Sv
- Art. 126s Sv
- Art. 177 Sv
- Art. 464 Sv
- Art. 551 Sv
- Art. 552 Sv
- Art. 11.10 Telecommunicatiewet
- Art. 17 WED
- Art. 39e Wjsg
- Art. 1.51b Wko
- Art. 1.51c Wko