Artikel 546 Wetboek van Strafvordering
Lid 1
Zoodra het groote gevaar voor herhaling of voortzetting van het feit is geweken, beveelt de officier van justitie de onmiddellijke invrijheidstelling van den verdachte.
Lid 2
De rechter-commissaris kan te allen tijde, hetzij ambtshalve, hetzij op de vordering van den officier van justitie of op het verzoek van den verdachte de invrijheidstelling van den verdachte bevelen. Artikel 544 is van toepassing.
Lid 3
De rechtbank kan, ambtshalve of op het verzoek van den verdachte, het bevel tot inverzekeringstelling opheffen. Artikel 69, tweede lid, is van toepassing.
Lid 4
Het bevel kan mede worden opgeheven bij de uitspraak van het vonnis ter zake van het in artikel 540 bedoelde feit gewezen. De opheffing wordt daarbij steeds bevolen, indien straf of maatregel ter zake van dat feit niet wordt opgelegd.
Recente uitspraken
Art. 546 Sv is sinds 2014 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Noord-Nederland.
- ECLI:NL:RBNNE:2014:5139 — 16-10-2014 Rb. Noord-Nederland
In het geval van aanhouding van een veroordeelde ter voorgeleiding aan de rechter-commissaris (art. 14fa Sr), kunnen de (steun-)bevoegdheden van art. 55 en 55a Sv niet worden toegepast. Evenmin zijn in het geval van art. 14fa Sr de artt. 564 en 565 Sv van toepassing.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.