Artikel 94c Wetboek van Strafvordering
Op het beslag, bedoeld in artikel 94a, is de vierde Titel van het Derde Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing, behoudens dat:
voor het leggen van het beslag geen verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank vereist is, noch vrees voor verduistering behoeft te bestaan;
een maximum bedrag waarvoor het recht tot verhaal zal worden uitgeoefend in het proces-verbaal van inbeslagneming of het beslagexploit dient te worden vermeld;
geen overeenkomstige toepassing toekomt aan voorschriften omtrent termijnen waarbinnen na het beslag de eis in de hoofdzaak dient te zijn ingesteld;
voor roerende zaken die geen registergoederen zijn en rechten aan toonder of order ook volstaan kan worden met het door een opsporingsambtenaar opmaken van een proces-verbaal van inbeslagneming en het afgeven van een bewijs van ontvangst aan degene bij wie de voorwerpen in beslag zijn genomen;
het niet in acht nemen van termijnen waarbinnen betekening van het beslag moet plaatsvinden, buiten de gevallen van artikel 94b, onder 3°, geen nietigheid van het beslag meebrengt;
geen overeenkomstige toepassing toekomt aan artikel 721 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; de officier van justitie geeft, zo de hoofdzaak na het beslag ter terechtzitting aanhangig wordt gemaakt, daarvan zo spoedig mogelijk aan de derde schriftelijk kennis;
geen overeenkomstige toepassing toekomt aan artikel 722 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering;
op in beslag genomen roerende zaken die in bewaring worden genomen de artikelen 117 en 118 toepasselijk zijn;
de beëindiging van het beslag met inachtneming van de bepalingen van dit Wetboek geschiedt.
Recente uitspraken
Art. 94c Sv is sinds 1996 in 14 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Amsterdam en Rb. Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2019:1591 — 15-10-2019 Hoge Raad
OM-cassatie. Beklag, (door RC afgewezen vordering tot machtiging van OvJ tot leggen van) beslag ex art. 94a Sv onder klager op niet nader omschreven voorwerpen t.z.v. ontneming w.v.v. Moet vordering tot machtiging van OvJ concrete voorwerpen noemen waarop beslag betrekking… - ECLI:NL:HR:2017:3065 — 05-12-2017 Hoge Raad
OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94 en 94a Sv. 1. Disproportioneel beslag ex art. 94a Sv? 2. Art. 94 Sv, strafvorderlijk belang? Ad 1. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2015:2881 m.b.t. de proportionaliteits- en subsidiariteitstoets. Het oordeel van de Rb. dat de voortzetting van het… - ECLI:NL:HR:2013:1575 — 03-12-2013 Hoge Raad
Beslag, beklag. Rechtshulpverzoek. Art. 116 Sv. Art. 552k Sv. Art. 552h Sv. Art. 3 Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken (Trb. 1965, 10). Art. 8.1 EU-Rechtshulpovereenkomst. Aan het Noorse rechtshulpverzoek tot teruggave van de schilderijen aan de… - ECLI:NL:HR:2008:BA7675 — 19-02-2008 Hoge Raad
Beklag. Conservatoir beslag op onroerende zaken ex art. 94a Sv. Het Hof heeft het beklag ongegrond verklaard omdat de onroerende zaken “in feite middellijk” toebehoren aan iemand tegen wie nog een ontneming van w.v.v. loopt. HR herhaalt HR NJ 1998, 575 en HR LJN AT2970 m.b.t.… - ECLI:NL:HR:2006:AU4691 — 31-01-2006 Hoge Raad
OM-cassatie; omvang conservatoir derdenbeslag ex art. 94a Sv. 1. De wetgever heeft voor het conservatoir strafvorderlijk beslag de regeling van het conservatoir beslag in Rv tot uitgangspunt genomen, zij het met de in art. 94c sub a-f Sv genoemde uitzonderingen. De in die…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.