Artikel 98 Wetboek van Strafvordering

Lid 1

Bij personen met bevoegdheid tot verschooning, als bedoeld bij de artikelen 218 en 218a, worden, tenzij met hunne toestemming, niet in beslag genomen brieven of andere geschriften, tot welke hun plicht tot geheimhouding zich uitstrekt. De rechter-commissaris is bevoegd ter zake te beslissen.

Lid 2

Indien de persoon met bevoegdheid tot verschoning bezwaar maakt tegen de inbeslagneming van brieven of andere geschriften omdat zijn plicht tot geheimhouding zich daartoe uitstrekt, wordt niet tot kennisneming overgegaan dan nadat de rechter-commissaris daarover heeft bepaald.

Lid 3

De rechter-commissaris die beslist dat inbeslagneming is toegestaan, deelt de persoon met bevoegdheid tot verschoning mede dat tegen zijn beslissing beklag open staat bij het gerecht in feitelijke aanleg waarvoor de zaak wordt vervolgd en tevens dat niet tot kennisneming wordt overgegaan dan nadat onherroepelijk over het beklag is beslist.

Lid 4

Tegen de beschikking van de rechter-commissaris kan de persoon met bevoegdheid tot verschoning binnen veertien dagen na de betekening daarvan een klaagschrift indienen bij het gerecht in feitelijke aanleg waarvoor de zaak wordt vervolgd. Artikel 552a is van toepassing.

Lid 5

Een doorzoeking vindt bij zodanige personen, tenzij met hun toestemming, alleen plaats voor zover het zonder schending van het stands-, beroeps- of ambtsgeheim kan geschieden, en strekt zich niet uit tot andere brieven of geschriften dan die welke het voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan gediend hebben.

Lid 6

De rechter-commissaris kan zich bij de beoordeling van de aannemelijkheid van het beroep van de verschoningsgerechtigde op zijn geheimhoudingsplicht laten voorlichten door een vertegenwoordiger van de beroepsgroep waartoe de verschoningsgerechtigde behoort.

Recente uitspraken

Art. 98 Sv is sinds 1871 in 231 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Amsterdam en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:HR:2026:1527 — 22-09-2026 Hoge Raad
    OM-cassatie en cassatie klager. Beklag ex art. 98.4 jo. art. 552a Sv tegen beschikking Rb over toelaatbaarheid van uitlevering van bestanden op digitale gegevensdragers i.v.m. verschoningsrecht van klager (waarnemer van protocol van oud-notarissen), na tegen andere notaris en…
  • ECLI:NL:HR:2026:1490 — 22-09-2026 Hoge Raad
    Beklag ex art. 98.4 jo. 552a Sv door Nederlandse en Belgische advocaten tegen beslag op gegevensdragers en tegen vordering van historische administratieve gegevens, waarbij dataset van miljoenen bestanden onder leiding van RC is gefilterd aan de hand van lijst met zoektermen met…
  • ECLI:NL:HR:2026:1231 — 14-07-2026 Hoge Raad
    Beklag ex art. 5.4.10 jo. 552a Sv door Duitse advocaat tegen beslag onder cliënt op geschriften (handgeschreven notities en artikelen waar aantekeningen bij zijn gemaakt) n.a.v. Europees onderzoeksbevel van Duitse autoriteiten. Kon Rb beklag n-o verklaren? Ontvankelijkheid…
  • ECLI:NL:HR:2026:1007 — 23-06-2026 Hoge Raad
    Beklag ex art. 98.4 jo. art. 552a Sv tegen beslag op samenwerkingsovereenkomst i.v.m. strafrechtelijk onderzoek tegen o.m. klager en medeklaagster t.z.v. verdenking van niet-ambtelijke omkoping, valsheid in geschrift en witwassen. Kon Rb beklag n-o verklaren omdat klager en…
  • ECLI:NL:HR:2026:764 — 19-05-2026 Hoge Raad
    Beklag ex art. 98.4 jo. 552a Sv door klager (werkzaam bij kinderrechtenorganisatie in Engeland) tegen beslag op gegevensdragers onder klager i.v.m. verdenking tegen klager van huiselijk geweld, waarbij klager stelt dat hem als directeur en ‘legal expert’ bij die organisatie…

Bekijk alle 231 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.