Artikel 103 Wetboek van Strafvordering

Lid 1

Beslag kan op grond van artikel 94a slechts worden gelegd of gehandhaafd krachtens schriftelijke machtiging op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris.

Lid 2

De machtiging wordt door de officier van justitie zo spoedig mogelijk aan de verdachte of veroordeelde, en zo het beslag onder een derde is gelegd, ook aan deze betekend op de wijze zoals voorzien bij dit wetboek of door de gerechtsdeurwaarder overeenkomstig de wijze van betekening van het verlof, bedoeld in artikel 702, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Lid 3

Beslag op grond van artikel 94a kan in geval van ontdekking op heterdaad op vordering van de officier van justitie ook worden gelegd krachtens mondelinge machtiging van de rechter-commissaris. Door de opsporingsambtenaar wordt een proces-verbaal van de inbeslagneming opgemaakt. Aan de verdachte of veroordeelde wordt een bewijs van ontvangst afgegeven. Zo het beslag onder een derde is gelegd wordt ook aan deze een bewijs van ontvangst afgegeven. De rechter-commissaris stelt de mondeling gegeven machtiging achteraf op schrift. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

Lid 4

Het in het derde lid bepaalde is niet van toepassing ten aanzien van voorwerpen als bedoeld in artikel 94b.

Lid 5

Het openbaar ministerie kan voor inbeslagneming op grond van artikel 94a de nodige bijzondere lasten geven aan de gerechtsdeurwaarders en aan opsporingsambtenaren. Voor de tenuitvoerlegging van bevelen tot inbeslagneming van aandelen en effecten op naam en tot inbeslagneming en teruggave van onroerende registergoederen wordt de bijzondere last gericht tot de gerechtsdeurwaarder.

Recente uitspraken

Art. 103 Sv is sinds 1996 in 63 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Rotterdam en Rb. Amsterdam.

  • ECLI:NL:HR:2024:1014 — 09-07-2024 Hoge Raad
    Beklag, beslag ex art. 94a Sv op appartementsrecht en scooter onder klaagster t.l.v. haar ex-echtgenoot t.z.v. verdenking van Opiumwetfeiten en witwassen. Anderbeslag ex art. 94a.4 Sv. Zijn er voldoende aanwijzingen dat inbeslaggenomen appartementsrecht en scooter aan klaagster…
  • ECLI:NL:HR:2024:772 — 28-05-2024 Hoge Raad
    Beklag, beslag op banktegoeden van klaagster ex art. 13a WOTS n.a.v. rechtshulpverzoek van Braziliaanse autoriteiten. OM-cassatie. Kon Rb oordelen dat niet wordt voldaan aan voorwaarden die in art. 13a WOTS aan inbeslagneming zijn gesteld? HR herhaalt relevante overwegingen uit…
  • ECLI:NL:HR:2022:507 — 05-04-2022 Hoge Raad
    Beklag, beslag ex art. 94a Sv op (buitenlandse) bankrekeningen onder klaagsters (vennootschappen) t.z.v. verdenking van overtreding Wet op de kansspelen. 1. Namens 2 klaagsters is geen schriftuur ingediend. 2. Was er op het moment van beslissing Rb sprake van verdenking van…
  • ECLI:NL:HR:2021:1661 — 09-11-2021 Hoge Raad
    Caribische zaak. Medeplegen van opzettelijke invoer van marihuana (art. 4.1 jo. 11.2 Opiumwet 1960 BES) en van voorhanden hebben van munitie (art. 3.1 jo. 11 Vuurwapenwet BES) op Bonaire. Motivering van beslissingen inzake voorlopige hechtenis. 1. Bewijsklacht opzet op invoer…
  • ECLI:NL:HR:2021:1246 — 14-09-2021 Hoge Raad
    Beklag, beslag ex art. 94a Sv op bankrekening van klager, waarop vermogen wordt opgebouwd t.b.v. zijn kleinkinderen, t.z.v. verdenking van verduistering en witwassen gericht tegen zoon van klager (verdachte). Anderbeslag ex art. 94a.4 Sv. Behoort geldbedrag (€ 59.590), dat door…

Bekijk alle 63 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.