Artikel 96a Wetboek van Strafvordering

Lid 1

In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, kan de opsporingsambtenaar een persoon die redelijkerwijs moet worden vermoed houder te zijn van een voor inbeslagneming vatbaar voorwerp bevelen dat hij dit ter inbeslagneming zal uitleveren.

Lid 2

Het bevel wordt niet gegeven aan de verdachte.

Lid 3

Op grond van hun bevoegdheid tot verschoning zijn niet verplicht aan het bevel te voldoen:

  1. de personen bedoeld bij artikel 217;

  2. de personen bedoeld bij de artikelen 218 en 218a, voorzover de uitlevering met hun plicht tot geheimhouding in strijd zou zijn;

  3. de personen bedoeld bij artikel 219, voorzover de uitlevering hen of een hunner daarin genoemde betrekkingen aan het gevaar van een strafrechtelijke vervolging zou blootstellen.

Lid 4

Ten aanzien van brieven kan het bevel alleen worden gegeven, indien deze van de verdachte afkomstig zijn, voor hem bestemd zijn of op hem betrekking hebben, of wel indien zij het voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan gediend hebben.

Lid 5

Het eerste lid vindt geen toepassing ten aanzien van pakketten, brieven, stukken en andere berichten, welke aan een postvervoerbedrijf als bedoeld in de Postwet 2009 of een geregistreerde ingevolge artikel 2.1, vierde lid, van de Telecommunicatiewet dan wel aan een andere instelling van vervoer zijn toevertrouwd.

Recente uitspraken

Art. 96a Sv is sinds 2000 in 36 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Amsterdam en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:HR:2024:375 — 12-03-2024 Hoge Raad
    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Strafrecht. Verschoningsrecht van advocaten en andere functioneel verschoningsgerechtigden (art. 218 Sv) bij vordering door openbaar ministerie van gegevens van aanbieder van communicatiedienst (art. 126ng/ug Sv). Filtering en vernietiging van…
  • ECLI:NL:HR:2024:286 — 27-02-2024 Hoge Raad
    Beklag ex art. 552a Sv door supermarkt na vordering ex art. 126nda Sv tot verstrekken beelden van beveiligingscamera’s. Mishandeling in supermarkt van klant die geen mondkapje draagt, waarbij bestuurder/aandeelhouder en teamleider van klaagster (rechtspersoon die supermarkt…
  • ECLI:NL:HR:2017:1205 — 30-06-2017 Hoge Raad
    OM-cassatie. Beklag, klaagschrift ex art. 552a Sv ingediend door regionale ambulancevoorziening tegen aan haar ex art. 126nf Sv gerichte vordering van OvJ tot verstrekking van gevoelige gegevens. 1. Vallen 112-melding en communicatie tussen melder en centralist van meldkamer…
  • ECLI:NL:HR:2013:BV3004 — 12-02-2013 Hoge Raad
    Beklag, beslag, art. 552a Sv. Art. 88 Wet beroep in de individuele gezondheidszorg, art. 2:5 Awb, art. 96a.1 en 3, art. 98.1, art. 126nf en art. 218 Sv. Afgeleid verschoningsrecht Inspectie voor de Gezondheidzorg (IGZ). Casus: OM vordert bij de IGZ de uitlevering ter…
  • ECLI:NL:HR:2012:BT7126 — 31-01-2012 Hoge Raad
    OM-cassatie. Art. 105 en 126nd Sv. De wettelijke bepalingen ter regeling van de inbeslagneming van een voorwerp en het vorderen van de uitlevering van een voorwerp daartoe, waaronder art. 105 Sv, geven niet de bevoegdheid om van degene bij wie beslag wordt gelegd of tot wie de…

Bekijk alle 36 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.