Artikel 118 Wetboek van Strafvordering

Lid 1

Bij toepassing van artikel 116, tweede lid, onder b, of indien het belang van de strafvordering zich verzet tegen teruggave en geen machtiging als bedoeld in artikel 117, eerste lid, is verleend, worden de inbeslaggenomen voorwerpen, zodra het belang van het onderzoek het toelaat, in opdracht van het openbaar ministerie, gesteld onder de hoede van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bewaarder. De artikelen 116 en 117 zijn toepassing.

Lid 2

Inbeslaggenomen voorwerpen kunnen ook aan een andere door het openbaar ministerie aangewezen bewaarder in gerechtelijke bewaring worden gegeven, indien dit voor het behoud, de bestemming of de beveiliging van deze voorwerpen redelijkerwijs noodzakelijk is.

Lid 3

De bewaarder is bevoegd de bewaring van inbeslaggenomen voorwerpen, voor zover het andere roerende zaken dan geld betreft, te beëindigen na een tijdsverloop van twee jaren te rekenen vanaf de datum van inbeslagneming. In dat geval handelt hij met het voorwerp overeenkomstig artikel 117, eerste lid.

Lid 4

Indien het inbeslaggenomen voorwerp wordt bewaard op grond van de last als bedoeld in artikel 353, tweede lid, onder c, kan de bewaarder de hem in het derde lid toegekende bevoegdheid tot beëindiging van de bewaring niet uitoefenen voordat drie maanden zijn verstreken nadat de einduitspraak onherroepelijk is geworden.

Lid 5

De bewaarder oefent de bevoegdheid, bedoeld in het derde of vierde lid, niet uit, indien het openbaar ministerie binnen veertien dagen nadat de bewaarder van het bestaan van de bevoegdheid schriftelijk heeft kennis gegeven, meedeelt tegen uitoefening daarvan bezwaar te hebben.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 118 Sv is sinds 1987 in 21 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Arnhem-Leeuwarden en Rb. Den Haag.

  • ECLI:NL:HR:2020:1049 — 16-06-2020 Hoge Raad
    OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op hond (Pekinees) onder klaagster t.z.v. verdenking van dierenmishandeling, waarna Rb klaagster aanwijst als bewaarder van hond en haar beklag ongegrond verklaart. Kon Rb klaagster aanwijzen als bewaarder van hond? Art. 118 Sv.…
  • ECLI:NL:HR:2018:845 — 05-06-2018 Hoge Raad
    Herziening. Voortgezette handeling van poging doodslag door A meermalen met mes te steken en mishandeling (meermalen gepleegd) door A een kopstoot te geven en B met mes te steken in uitgaansgebied van Almere, art. 287 en 300.1 Sr. Aangevoerd wordt dat Hof (1) OM n-o zou hebben…
  • ECLI:NL:HR:2013:BZ5406 — 26-03-2013 Hoge Raad
    Beklag tegen beslag, art. 552a Sv. 1. In aanmerking genomen dat de Rb. heeft vastgesteld dat klaagster niet heeft gesteld rechthebbende te zijn t.a.v. de inbeslaggenomen paarden, getuigt het oordeel dat klaagster niet kan worden aangemerkt als belanghebbende i.d.z.v. art. 552a…
  • ECLI:NL:HR:2007:BA2162 — 04-09-2007 Hoge Raad
    Beklag. In de overwegingen van de Rb ligt als haar oordeel besloten dat het door klaagster aangevoerde niet kan leiden tot de gevolgtrekking dat zij niet rechtsgeldig afstand heeft gedaan van de inbeslaggenomen honden. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste…
  • ECLI:NL:HR:1996:AD2480 — 30-01-1996 Hoge Raad
    OM-cassatie. Beklag door beslagene i.v.m. teruggave van inbeslaggenomen auto door OvJ aan ander, waarna Rb teruggave van auto aan beslagene gelast. Het stond OvJ niet vrij de auto aan een derde te doen teruggeven. Het moet ervoor worden gehouden dat het beklag het rechtskarakter…

Bekijk alle 21 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.