Artikel 119 Wetboek van Strafvordering

Lid 1

Een last tot teruggave van een inbeslaggenomen voorwerp dat in bewaring is gegeven, is gericht tot de bewaarder.

Lid 2

Indien de bewaarder niet aan de last tot teruggave kan voldoen, omdat de bewaring van het voorwerp overeenkomstig de machtiging, bedoeld in artikel 117, tweede lid, dan wel op de wijze voorzien in artikel 118, derde lid, is beëindigd, gaat de bewaarder over tot uitbetaling van de prijs, die het voorwerp bij verkoop door hem heeft opgebracht of redelijkerwijze zou hebben opgebracht.

Lid 3

Indien de bewaarder, buiten de gevallen in het tweede lid bedoeld, niet in staat is aan de last tot teruggave te voldoen, houdt de bewaarder het voorwerp ter beschikking van de rechthebbende totdat hem in gevolge artikel 118, derde lid, de bevoegdheid toekomt de bewaring te beëindigen. In het geval als bedoeld in artikel 353, tweede lid, onder b of c houdt de bewaarder, indien hem evenbedoelde bevoegdheid zou toekomen, het voorwerp niettemin ter beschikking van de rechthebbende gedurende tenminste drie maanden nadat de einduitspraak onherroepelijk is geworden.

Lid 4

De bewaarder geeft het voorwerp niet terug zolang er een beslag op rust, door een derde gelegd ingevolge Boek II, titels 2, 3 en 4, en Boek III, titel 4, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, tenzij degene door wie de last tot teruggave is gegeven uitdrukkelijk anders bepaalt.

Recente uitspraken

Art. 119 Sv is sinds 1986 in 61 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag, Hoge Raad en Rb. Zeeland-West-Brabant.

  • ECLI:NL:HR:2016:628 — 12-04-2016 Hoge Raad
    Beklag, beslag ex art. 94a Sv. Civiel- en strafrechtelijk derdenbeslag op banktegoed. Vernietiging door HR met verwijzing naar de CAG: de Rb heeft vastgesteld dat op het banktegoed beslag ex art. 94a Sv rust en had daarom a.d.h.v. de toetsingsmaatstaven dienen te beoordelen of…
  • ECLI:NL:HR:2012:BY2813 — 11-12-2012 Hoge Raad
    Beklag ex art. 552b Sv. De Rb heeft miskend dat voor de beoordeling van de vraag of een o.d.v.v. art. 552b Sv ingediend klaagschrift ontvankelijk is, niet van belang is of de inbeslaggenomen voorwerpen (ten tijde van het indienen van het klaagschrift) vernietigd zijn.
  • ECLI:NL:HR:2004:AR4905 — 14-12-2004 Hoge Raad
    Door vernietiging van inbeslaggenomen voorwerpen o.g.v. een machtiging ex art. 117 Sv eindigt ex art. 134.2.c Sv het beslag. Deze beëindiging van het beslag door vernietiging staat echter niet in de weg aan onttrekking aan het verkeer bij afzonderlijke rechterlijke beschikking…
  • ECLI:NL:HR:2003:AF3104 — 15-04-2003 Hoge Raad
    -
  • ECLI:NL:HR:2001:AD5210 — 27-11-2001 Hoge Raad
    -

Bekijk alle 61 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.