Artikel 96c Wetboek van Strafvordering

Lid 1

In geval van ontdekking op heterdaad van een strafbaar feit of in geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, kan de officier van justitie ter inbeslagneming elke plaats, met uitzondering van een woning zonder toestemming van de bewoner en een kantoor van een persoon met bevoegdheid tot verschoning als bedoeld in de artikelen 218 en 218a, doorzoeken.

Lid 2

Bij dringende noodzakelijkheid en indien het optreden van de officier van justitie niet kan worden afgewacht, kan een hulpofficier deze bevoegdheid uitoefenen. Hij behoeft daartoe de machtiging van de officier van justitie. Indien vanwege de vereiste spoed of de onbereikbaarheid van de officier van justitie de machtiging niet tijdig kan worden gevraagd, kan de machtiging binnen drie dagen na de doorzoeking door de officier van justitie worden verleend. Weigert de officier van justitie de machtiging, dan draagt hij zorg dat de gevolgen van de doorzoeking zoveel mogelijk ongedaan worden gemaakt.

Lid 3

Het doorzoeken van plaatsen overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid geschiedt onder leiding van de officier van justitie of, in geval van toepassing van het tweede lid, onder leiding van de hulpofficier.

Lid 4

Artikel 96, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Recente uitspraken

Art. 96c Sv is sinds 2002 in 41 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Amsterdam.

  • ECLI:NL:HR:2024:375 — 12-03-2024 Hoge Raad
    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Strafrecht. Verschoningsrecht van advocaten en andere functioneel verschoningsgerechtigden (art. 218 Sv) bij vordering door openbaar ministerie van gegevens van aanbieder van communicatiedienst (art. 126ng/ug Sv). Filtering en vernietiging van…
  • ECLI:NL:HR:2021:273 — 19-02-2021 Hoge Raad
    Overheidsprivaatrecht. Procesrecht. Strafrecht. Door advocaten onder de Staat (openbaar ministerie) gelegd bewijsbeslag wegens beweerde schending van hun verschoningsrecht. Vordering Staat tot opheffing bewijsbeslag. Criteria Molenbeek-uitspraak (HR 13 september 2013,…
  • ECLI:NL:HR:2014:378 — 18-02-2014 Hoge Raad
    Beklag, beslag. Art. 552a en 552d Sv. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep. 2. Verschoningsrecht. Ad 1.De Rb heeft het klaagschrift ongegrond verklaard v.zv. het beklag betrekking heeft op de inbeslagneming van "stukken vallend onder matternummer 70075299". In zoverre kan klager…
  • ECLI:NL:HR:2014:377 — 18-02-2014 Hoge Raad
    Beklag, beslag. Art. 552a en 552d Sv. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep. 2. Verschoningsrecht. Ad 1.De Rb heeft het klaagschrift ongegrond verklaard v.zv. het beklag betrekking heeft op de inbeslagneming van "stukken vallend onder matternummer 70075299". In zoverre kan klager…
  • ECLI:NL:HR:2014:376 — 18-02-2014 Hoge Raad
    Beklag, beslag. Art. 552a en 552d Sv. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep. 2. Verschoningsrecht. Ad 1.De Rb heeft het klaagschrift ongegrond verklaard v.zv. het beklag betrekking heeft op de inbeslagneming van "stukken vallend onder matternummer 70075299". In zoverre kan klager…

Bekijk alle 41 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.