Artikel 423 Wetboek van Strafvordering

Lid 1

Het gerechtshof kan het vonnis hetzij geheel bevestigen, hetzij gedeeltelijk bevestigen en gedeeltelijk vernietigen, hetzij geheel vernietigen. Het gerechtshof bevestigt het vonnis geheel hetzij met gehele of gedeeltelijke overneming hetzij met aanvulling of verbetering van gronden. Ingeval het vonnis geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd, doet het gerechtshof wat de rechtbank had behoren te doen, behoudens terugwijzing op grond van het tweede lid.

Lid 2

Indien de hoofdzaak niet door de rechtbank is beslist en het onderzoek daarvan gevolg moet zijn van de vernietiging van het vonnis, doet het gerechtshof de zaak zelf af, tenzij terugwijzing naar dezelfde rechtbank door de advocaat-generaal of de verdachte ter terechtzitting is verlangd. Terugwijzing vindt ook zonder uitdrukkelijk gebleken verlangen van de verdachte plaats indien de verdachte niet ter terechtzitting aanwezig is en de dagvaarding om op de terechtzitting in hoger beroep te verschijnen of de aanzegging of oproeping voor de nadere terechtzitting aan de verdachte niet in persoon is gedaan of betekend en zich geen andere omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was. In geval van terugwijzing doet de rechtbank recht met inachtneming van ’s hofs arrest.

Lid 3

In geval van vernietiging van het vonnis is het gerechtshof niettemin bevoegd bepaalde gedeelten daarvan in zijn arrest over te nemen.

Lid 4

Indien bij samenloop van meerdere feiten ééne hoofdstraf is uitgesproken en het hooger beroep slechts ingesteld is ten aanzien van een of meer dier feiten, wordt, in geval van vernietiging ten aanzien van de straf, bij het arrest de straf voor het andere feit of de andere feiten bepaald.

Recente uitspraken

Art. 423 Sv is sinds 1927 in 303 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Amsterdam en Hof 's-Hertogenbosch.

  • ECLI:NL:HR:2026:1424 — 08-09-2026 Hoge Raad
    Zware mishandeling, art. 302.1 Sr. Opgave van bewijsmiddelen a.b.i. art. 359.3 Sv. Kon hof wat betreft motivering van bewezenverklaring het vonnis van Pr, waarin is volstaan met opgave van b.m. a.b.i. art. 359.3 Sv, bevestigen, nu raadsman in hoger beroep vrijspraak heeft…
  • ECLI:NL:HR:2026:998 — 23-06-2026 Hoge Raad
    Aanwezig hebben van cocaïne (art. 2.C Opiumwet) en voorhanden hebben van vuurwapen en munitie (art. 26.1 WWM). Opgave van bewijsmiddelen a.b.i. art. 359.3 Sv. Mocht meervoudige kamer hof mondeling vonnis Pr, dat o.g.v. art. 378.2 Sv is aangetekend in p-v van tz. in eerste aanleg…
  • ECLI:NL:HR:2026:773 — 19-05-2026 Hoge Raad
    Strafbepaling, art. 423.4 Sv. Na veroordeling in eerste aanleg t.z.v. medeplegen telen van grote hoeveelheid hennepplanten (art. 3.B jo. 11.2 en 11.5 Opiumwet, feit 3) en medeplegen aanwezig hebben van hennep (art. 3.C Opiumwet, feit 5) tot gevangenisstraf van 6 maanden, is in…
  • ECLI:NL:HR:2025:1870 — 09-12-2025 Hoge Raad
    Profijtontneming, w.v.v. uit verkopen van cocaïne en heroïne. Motivering schatting w.v.v., opgave van bewijsmiddelen a.b.i. art. 359.3 Sv. Kon (meervoudige kamer) hof uitspraak Pr bevestigen, nu daarin niet inhoud van b.m. is opgenomen waaraan schatting van w.v.v. is ontleend,…
  • ECLI:NL:HR:2024:1729 — 26-11-2024 Hoge Raad
    Cassatie in het belang van de wet. Overtreding van voorwaarden bij dadelijk uitvoerbaar verklaarde TBS met voorwaarden, terwijl uitspraak waarbij die is opgelegd nog niet onherroepelijk is. 1. Heeft (executie)rechter (terwijl sprake is van niet onherroepelijk opgelegde, dadelijk…

Bekijk alle 303 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.