Artikel 409 Wetboek van Strafvordering
Lid 1
Nadat hooger beroep is ingesteld, zendt de griffier van de rechtbank de stukken van het geding zoo spoedig mogelijk aan den griffier van het gerechtshof.
Lid 2
Indien hoger beroep alleen door de officier van justitie is ingesteld, geschiedt de inzending niet of wordt aan haar, heeft zij ten onrechte plaatsgehad, geen gevolg gegeven, dan nadat het beroep aan de verdachte is betekend.
Lid 3
Is het hoger beroep door de officier van justitie de verdachte niet in persoon betekend, dan vindt het tweede lid overeenkomstige toepassing, zolang de termijn voor het instellen van hoger beroep voor de verdachte niet is verstreken dan wel, indien de verdachte inmiddels hoger beroep heeft ingesteld, zolang de termijn voor het indienen van een schriftuur als bedoeld in artikel 410 niet is verstreken.
Lid 4
Indien de officier van justitie hoger beroep heeft ingesteld tegen een vonnis waarbij de verdachte van de gehele telastlegging is vrijgesproken, terwijl het vonnis is gewezen nadat de dagvaarding of oproeping om op de terechtzitting in eerste aanleg te verschijnen of de aanzegging of oproeping voor de nadere terechtzitting aan de verdachte niet in persoon is gedaan of betekend en zich geen andere omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was, geschiedt de inzending niet of wordt aan haar, heeft zij ten onrechte plaatsgehad, geen gevolg gegeven, dan nadat het hoger beroep aan de verdachte in persoon is betekend.
Recente uitspraken
Art. 409 Sv is sinds 1992 in 8 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Den Haag en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:HR:2019:563 — 09-04-2019 Hoge Raad
Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard (meermalen gepleegd), art. 9.2 WVW 1994. 1. Onbekendheid van verdachte met tz. in e.a. Art. 409.4 Sv nageleefd? 2. Inleidende dagvaardingen in gevoegde zaken rechtsgeldig betekend? Ad 1. Indien OvJ h.b. instelt… - ECLI:NL:HR:2017:476 — 21-03-2017 Hoge Raad
Afstand aanwezigheidsrecht, art. 409. 4 Sv. Is de verdachte op de hoogte gekomen van het door de OvJ ingestelde hoger beroep? In het onderhavige geval had de vte rekening moeten houden met de mogelijkheid dat de OvJ in hb zou gaan tegen de vrijspraak in eerste aanleg, zeker nu… - ECLI:NL:HR:2012:BV7417 — 03-04-2012 Hoge Raad
1. Art. 51 Sv. 2. Art. 409.2 Sv. Ad 1. De raadsvrouwe stond de verdachte in e.a. bij. De OvJ ging in h.b. Het bijstaan in e.a. geldt tot het moment de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan dan wel daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Het Hof behoefde daarom niet te… - ECLI:NL:HR:2006:AW4395 — 12-09-2006 Hoge Raad
De opvatting dat betekening aan verdachte van het appèl van de OvJ ex art. 409.2 Sv niet in het Nederlands mag geschieden indien aannemelijk is dat verdachte deze taal niet begrijpt en dat in een dergelijk geval in appèl geen verstek mag worden verleend tegen de afwezige… - ECLI:NL:HR:2005:AU4803 — 29-11-2005 Hoge Raad
Uit de art. 41 en 136.5 (oud) RO en 5a (oud) en 6 (oud) Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen vloeit voort dat R’dam nevenzittingsplaats is van de rb Haarlem, dat de griffie van die rb voor haar in R’dam behandelde zaken mede is gevestigd in R’dam en dat een OvJ bij…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.