Artikel 408 Wetboek van Strafvordering

Lid 1

Het hoger beroep moet binnen veertien dagen na de einduitspraak worden ingesteld indien:

  1. de dagvaarding of oproeping om op de terechtzitting te verschijnen of de aanzegging of oproeping voor de nadere terechtzitting aan de verdachte in persoon is gedaan of betekend;

  2. de verdachte op de terechtzitting of nadere terechtzitting is verschenen;

  3. zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was;

  4. de dagvaarding of oproeping binnen zes weken nadat door de verdachte op de voet van artikel 257e verzet is gedaan, rechtsgeldig aan de verdachte is betekend met inachtneming van artikel 36g en in eerste aanleg geen onvoorwaardelijke straf of maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming van langere duur meebrengt dan zes maanden.

Lid 2

In andere gevallen dan de in het eerste lid genoemde moet het hoger beroep worden ingesteld binnen veertien dagen nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de einduitspraak de verdachte bekend is.

Lid 3

Het tweede lid is niet van toepassing in geval van een verstrekking van een afschrift van het vonnis, als bedoeld in artikel 45b van de Overleveringswet.

Lid 4

Indien het onderzoek op de terechtzitting voor onbepaalde tijd is geschorst en de aanzegging of oproeping voor de nadere terechtzitting niet in persoon is gedaan of betekend, dan is de termijn bedoeld in het tweede lid van toepassing, tenzij

  1. de verdachte op de nadere terechtzitting is verschenen of

  2. zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was.

Indien een van deze twee uitzonderingen zich voordoet, is de termijn genoemd in de aanhef van het eerste lid van toepassing.

Recente uitspraken

Art. 408 Sv is sinds 1993 in 91 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Amsterdam en Hof 's-Hertogenbosch.

  • ECLI:NL:HR:2026:1422 — 08-09-2026 Hoge Raad
    Rijden tijdens ontzegging rijbevoegdheid (art. 9.1 WVW 1994). Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.2 Sv. Ontvankelijkheid hoger beroep en betwisting dat vonnis Pr in persoon aan verdachte is uitgereikt. Kon hof…
  • ECLI:NL:HR:2026:1412 — 01-09-2026 Hoge Raad
    Medeplegen diefstal d.m.v. braak, art. 310.1 Sr. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1 Sv. Kon hof de verdachte n-o verklaren in zijn h.b., nu p-v van tz. in eerste aanleg en vonnis Pr niet zijn uitgewerkt? Hof heeft…
  • ECLI:NL:HR:2026:947 — 16-06-2026 Hoge Raad
    Rijden met ongeldig verklaard rijbewijs (art. 9.2 WVW 1994) en gevaar op de weg veroorzaken (art. 5 WVW 1994). Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.2 Sv. Ontvankelijkheid hoger beroep en betwisting dat vonnis Pr in…
  • ECLI:NL:HR:2026:944 — 16-06-2026 Hoge Raad
    Onverzekerd rijden, art. 30.4 WAM. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1.a en 408.2 Sv. Ontvankelijkheid hoger beroep en betwisting dat inleidende dagvaarding of vonnis Ktr in persoon aan verdachte is uitgereikt. Kon…
  • ECLI:NL:HR:2026:871 — 09-06-2026 Hoge Raad
    Bedreiging van buitengewoon opsporingsambtenaar in trein, art. 285.1 Sr. Ontvankelijkheid hoger beroep, art. 408.1.a Sv. Hof (enkelvoudige kamer) heeft verdachte (Algerijnse nationaliteit) n-o verklaard in zijn h.b. omdat het te laat is ingesteld. Verontschuldigbare…

Bekijk alle 91 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.