Artikel 36g Wetboek van Strafvordering
Lid 1
In de volgende gevallen wordt een afschrift van de dagvaarding of oproeping van de verdachte om op de terechtzitting of nadere terechtzitting te verschijnen toegezonden aan het laatste door de verdachte opgegeven adres:
indien de verdachte bij zijn eerste verhoor in de desbetreffende strafzaak aan de verhorende ambtenaar een adres in Nederland heeft opgegeven waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden;
indien de verdachte bij het begin van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg een adres in Nederland heeft opgegeven waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden;
indien door of namens de verdachte bij het instellen van een gewoon rechtsmiddel in de betrokken zaak een adres in Nederland is opgegeven waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden.
Lid 2
De verdachte kan het adres, bedoeld in het eerste lid, wijzigen.
Lid 3
Verzending van een afschrift als bedoeld in het eerste lid kan achterwege blijven indien:
het opgegeven adres gelijk is aan het adres waaraan de dagvaarding of oproeping ingevolge artikel 36e wordt uitgereikt;
de verdachte, nadat hij bij een eerdere gelegenheid als bedoeld in het eerste lid een adres heeft opgegeven waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden, bij een volgende gelegenheid uitdrukkelijk te kennen geeft dit adres niet te willen handhaven;
de geadresseerde nadat hij een adres als bedoeld in het eerste lid heeft opgegeven, het adres waar hij als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen wijzigt;
de dagvaarding of oproeping inmiddels aan de verdachte in persoon is betekend.
Lid 4
Bij de verzending, bedoeld in het eerste lid, wordt de voor de dagvaarding of oproeping geldende termijn in acht genomen.
Lid 5
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van dit artikel.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 36g Sv is sinds 2020 in 18 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Amsterdam en Hof Den Haag.
- ECLI:NL:HR:2026:1526 — 22-09-2026 Hoge Raad
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal uit woning, art. 311.1.3 Sr. Aanwezigheidsrecht, art. 36g.1.c Sv. Moet bij eerste politieverhoor door verdachte (Poolse nationaliteit) opgegeven adres worden aangemerkt als adresopgave a.b.i. art. 36g.1.a Sv, zodat afschrift van… - ECLI:NL:HR:2026:1497 — 22-09-2026 Hoge Raad
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal, art. 310 Sr. Betekening dagvaarding in hoger beroep, art. 36e.1.b.2 en 36e.3 Sv. Status laatst opgegeven woon- of verblijfplaats. Had dagvaarding in h.b. moeten worden betekend op de (in ID-staat SKDB opgenomen) laatst opgegeven… - ECLI:NL:HR:2026:1391 — 01-09-2026 Hoge Raad
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. voorhanden hebben van vals identiteitsbewijs, art. 231.2 Sr. Aanwezigheidsrecht. Verstekverlening in hoger beroep na betekening van dagvaarding op BRP-adres van verdachte (opvanglocatie voor vluchtelingen uit Oekraïne) aan huisgenoot a.b.i.… - ECLI:NL:HR:2026:1163 — 07-07-2026 Hoge Raad
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. bijstandsfraude (art. 227b Sr) en gewoontewitwassen van geldbedragen (€ 60.000 en € 185.401), appartement en parkeerplaatsen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr) door 10 jaren te verzwijgen dat zij in Spanje over onroerend goed beschikt.… - ECLI:NL:HR:2026:997 — 23-06-2026 Hoge Raad
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. gebruik maken van vals Frans paspoort en voorhanden hebben van valse Franse identiteitskaart, art. 231.2 Sr. Betekening dagvaarding in hoger beroep, art. 36e.2.b Sv. Had dagvaarding in h.b. moeten worden uitgereikt aan autoriteit van welke…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.