Artikel 36h Wetboek van Strafvordering
Lid 1
Van iedere uitreiking als bedoeld in artikel 36b, tweede lid, wordt een akte opgemaakt, waarin zijn vermeld:
de autoriteit van welke de gerechtelijke mededeling uitgaat;
het nummer van de gerechtelijke mededeling;
de persoon voor wie de gerechtelijke mededeling bestemd is;
de persoon aan wie de gerechtelijke mededeling is uitgereikt;
de plaats van uitreiking;
de dag en het uur van uitreiking.
Lid 2
Wordt met de gerechtelijke mededeling gehandeld overeenkomstig de tweede volzin van artikel 36e, tweede lid, aanhef en onder b, dan vermeldt de akte de dag van aanbieding van het stuk aan het adres van degene voor wie het is bestemd.
Lid 3
De akte wordt door hen die met de uitreiking zijn belast, ieder voor zover het zijn bevindingen en handelingen betreft, van die bevindingen en handelingen naar waarheid opgemaakt en ondertekend. Zo mogelijk wordt de identiteit van de persoon, bedoeld in het eerste lid, onder d, vastgesteld aan de hand van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
Lid 4
De vastlegging in een proces-verbaal van de mondelinge mededeling, bedoeld in artikel 36b, vierde lid, vermeldt in elk geval de in het eerste lid bedoelde gegevens.
Lid 5
Het model van de akte wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. Hierbij kunnen in het belang van een goede uitvoering van dit artikel nadere voorschriften worden gegeven.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 36h Sv is sinds 2020 in 6 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad en Hof Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2026:1553 — 29-09-2026 Hoge Raad
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal (art. 310 Sr), medeplegen diefstal (art. 311.1.4 Sr), diefstal d.m.v. valse sleutels (art. 311.1.5 Sr), bedreiging (art. 285.1 Sr) en belediging van ambtenaar (art. 266.1 jo. 267.1.2 Sr). Betekening dagvaarding in hoger beroep en… - ECLI:NL:HR:2026:1130 — 07-07-2026 Hoge Raad
Diefstal, art. 310 Sr. Hof (enkelvoudige kamer) heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1.a Sv. 1. Kon hof de verdachte n-o verklaren in zijn h.b., nu er gebreken kleven aan akte van uitreiking (hokje bij zin “Ik heb brief… - ECLI:NL:HR:2024:1738 — 26-11-2024 Hoge Raad
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. openlijke geweldpleging, art. 141.1 Sr. Betekening dagvaarding in hoger beroep en inhoud akte van uitreiking, art. 36h.1 Sv. Kon hof oordelen dat dagvaarding in h.b. rechtsgeldig is betekend, nu akte van uitreiking niet persoon vermeldt aan… - ECLI:NL:HR:2022:3 — 11-01-2022 Hoge Raad
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. rijden terwijl hij wist dat zijn rijbewijs was geschorst, art. 9.5 WVW 1994. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432.1.a Sv. Had cassatieberoep binnen 14-dagen na verstekuitspraak hof moeten worden ingesteld, nu dagvaarding in hoger beroep… - ECLI:NL:GHAMS:2023:2430 — 14-09-2023 Hof Amsterdam
Verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Overschijding termijn voor het instellen van hoger beroep. Niet verontschuldigbaar, want dagvaarding eerste aanleg is conform artikel 36e lid 1, aanhef en onder b, Sv en in samenhang met artikel 2 van de Regeling en de in de…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.