Artikel 421 Wetboek van Strafvordering
Lid 1
De benadeelde partij die zich niet overeenkomstig artikel 51g, eerste of derde lid, in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, is daartoe onbevoegd in het geding in hoger beroep.
Lid 2
Heeft de voeging in eerste aanleg plaats gehad, dan duurt zij, voor zover de gevorderde schadevergoeding is toegewezen, van rechtswege voort in hoger beroep.
Lid 3
Voor zover de gevorderde schadevergoeding niet is toegewezen kan de benadeelde partij zich binnen de grenzen van haar eerste vordering in hoger beroep voegen. Titel IIIa van het Eerste Boek is, met uitzondering van artikel 51f, eerste tot en met derde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de ingevolge artikel 51g vereiste opgave kan worden volstaan met een verwijzing naar de opgave van de eerste vordering, indien deze ongewijzigd is gebleven.
Lid 4
Indien geen hoger beroep is ingesteld, kan de benadeelde partij tegen het deel van het vonnis waarbij haar vordering is afgewezen, tegen deze afwijzing in hoger beroep komen bij het gerechtshof. De tweede afdeling van de Zesde Titel van Boek II is niet van toepassing. De bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering inzake het rechtsgeding in hoger beroep en cassatie zijn van overeenkomstige toepassing. Voor het geding wordt geen griffierecht geheven.
Lid 5
Indien geen hoger beroep is ingesteld en tegen de vordering op de voet van artikel 51g, vierde lid, verweer is gevoerd door de ouders of voogd van de veroordeelde, kunnen deze tegen de toewijzing van de vordering in hoger beroep komen bij het gerechtshof. De tweede afdeling van de Zesde Titel van Boek II is niet van toepassing. De bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering inzake het rechtsgeding in hoger beroep zijn van overeenkomstige toepassing. Voor het geding wordt geen griffierecht geheven.
Recente uitspraken
Art. 421 Sv is sinds 1931 in 227 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hoge Raad en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:HR:2026:147 — 03-02-2026 Hoge Raad
Belaging (art. 285b.1 Sr) en smaadschrift (art. 261.2 Sr). Motivering oplegging schadevergoedingsmaatregel t.a.v. vergoeding van immateriële schade, art. 36f Sr en art. 6:106.b BW. Heeft hof zijn beslissing voldoende gemotiveerd, nu uit zijn overwegingen niet kan worden afgeleid… - ECLI:NL:HR:2026:73 — 20-01-2026 Hoge Raad
Verkrachting van 16-jarig meisje (art. 242 (oud) Sr) na heimelijk toebrengen van GHB. 1. Schriftuur benadeelde partij. Kan b.p. zich met vordering tot vergoeding van immateriële schade in strafproces voegen zonder opgave van concreet bedrag? 2. Kon hof schadevergoedingsmaatregel… - ECLI:NL:HR:2025:1153 — 18-07-2025 Hoge Raad
Procesrecht. Art. 87 Rv. Art. 6 EVRM. Hoger beroep bij civiele rechter na afwijzing vordering benadeelde partij in strafzaak. Ambtshalve gelasten mondelinge behandeling in hoger beroep? - ECLI:NL:HR:2025:498 — 01-04-2025 Hoge Raad
Poging tot doodslag (art. 287 Sr) mishandeling, meermalen gepleegd (art. 300.1 Sr) en mensenhandel, meermalen gepleegd (art. 273f.1.1, 273f.1.4 en 273f.1.6 Sr). 1. Bewijsklacht mensenhandel t.a.v. uitbuiting. Moet uit bewijsvoering blijken van daadwerkelijk geleden materieel… - ECLI:NL:HR:2024:1288 — 24-09-2024 Hoge Raad
Verduistering van geldbedrag (in totaal € 82.094,27), meermalen gepleegd, art. 321 Sr. 1. Post-Keskin, overleden getuige. Heeft hof verklaringen van inmiddels overleden getuige (aangever) voor bewijs kunnen gebruiken, terwijl verdediging t.a.v. die getuige niet…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.