Artikel 66a Wetboek van Strafvordering
Lid 1
Wanneer de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding of gevangenneming is verstreken, kan de officier van justitie ook voor de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting ten spoedigste de gevangenneming van de nog niet in vrijheid gestelde verdachte vorderen, indien
de officier van justitie heeft verzuimd tijdig de vordering tot verlenging in te dienen,
de voorwaarden voor toepassing van voorlopige hechtenis nog bestaan, en
het bevel tot voorlopige hechtenis was gegeven terzake van verdenking van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld.
Lid 2
De rechtbank stelt de verdachte die op de terechtzitting aanwezig is, in de gelegenheid op de vordering te worden gehoord.
Lid 3
Aan de verdachte die niet op de terechtzitting aanwezig is, wordt de vordering tot gevangenneming onverwijld in persoon betekend. De rechtbank beslist niet dan na de verdachte te hebben gehoord, althans behoorlijk te hebben opgeroepen. Zij kan de medebrenging van de verdachte gelasten.
Lid 4
De rechtbank beslist op de vordering binnen 24 uur na de indiening daarvan. De verdachte wordt in afwachting van de beslissing op de vordering tot gevangenneming niet in vrijheid gesteld.
Lid 5
Indien nog geen dagvaarding is uitgebracht, worden de bepalingen in het tweede tot en met het vierde lid toegepast door de raadkamer.
Lid 6
De termijnen, bedoeld in de artikelen 75, derde lid, en 282 zijn van overeenkomstige toepassing.
Recente uitspraken
Art. 66a Sv is sinds 2016 in 13 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Rb. Amsterdam en Hof Amsterdam.
- ECLI:NL:GHARL:2025:7952 — 10-12-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden
Veroordeling voor poging tot afpersing. Het hof legt een gevangenisstraf op voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Het hof verwijst in zijn strafmotivering naar een gelijktijdig behandelde, andere strafzaak van verdachte. Gelet op de persoonlijke… - ECLI:NL:GHARL:2024:5242 — 15-08-2024 Hof Arnhem-Leeuwarden
Raadkamer gevangenhouding. Termijnverzuim bij verlenging voorlopige hechtenis. Gevangenhouding niet mogelijk nu bewaring reeds is geëindigd. Art. 66a Sv niet van toepassing nu niet tenminste acht jaar gevangenisstraf op de feiten is gesteld. Vordering gevangenhouding/-neming… - ECLI:NL:GHARL:2024:5241 — 15-08-2024 Hof Arnhem-Leeuwarden
Raadkamer gevangenhouding. Termijnverzuim bij verlenging voorlopige hechtenis. Gevangenhouding niet mogelijk nu bewaring reeds is geëindigd. Art. 66a Sv niet van toepassing nu niet tenminste acht jaar gevangenisstraf op de feiten is gesteld. Vordering gevangenhouding/-neming… - ECLI:NL:GHAMS:2022:3062 — 27-10-2022 Hof Amsterdam
Verzoek tot wraking. Afwijzing. - ECLI:NL:GHARL:2019:1375 — 13-02-2019 Hof Arnhem-Leeuwarden
Art. 21 en 65 Sv. Bevoegdheid raadkamer om kennis te nemen van een vordering gevangenneming en ontvankelijkheid openbaar ministerie in die vordering na (nog niet onherroepelijk) veroordelend arrest.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.