Artikel 71 Wetboek van Strafvordering
Lid 1
Uiterlijk drie dagen na de tenuitvoerlegging kan de verdachte van de beslissing van de rechtbank, houdende een bevel tot gevangenneming of gevangenhouding bij het gerechtshof in hoger beroep komen. De termijn bedoeld in artikel 408, eerste lid, is niet van toepassing.
Lid 2
Binnen dezelfde termijn kan de verdachte in beroep komen van een bevel tot verlenging der gevangenhouding, doch slechts wanneer door hem geen hoger beroep werd ingesteld tegen het bevel tot gevangenhouding en ook niet tegen een eerder bevel tot verlenging. Deze beperking is niet van toepassing indien bij de verlenging van het bevel tot gevangenhouding het in het bevel omschreven feit is aangevuld dan wel gewijzigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 67 b, eerste lid.
Lid 3
Ingeval de rechtbank anders dan op vordering van de officier van justitie het bevel tot voorlopige hechtenis heeft opgeheven, staat tegen deze beschikking voor de officier van justitie uiterlijk veertien dagen daarna hoger beroep bij het gerechtshof open.
Lid 4
Het gerechtshof beslist zoo spoedig mogelijk. De verdachte wordt gehoord, althans opgeroepen.
Recente uitspraken
Art. 71 Sv is sinds 2003 in 12 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Arnhem en Gerecht in eerste aanleg van Curaçao.
- ECLI:NL:HR:2015:255 — 10-02-2015 Hoge Raad
Cassatie in het belang der wet. Gelet op het bepaalde in art. 87.2 Sv heeft het Hof i.c. ten onrechte verdachte n-o verklaard in zijn h.b. tegen een beschikking houdende een afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis (VH). Het Hof had wel eerder een… - ECLI:NL:HR:2010:BM9118 — 14-12-2010 Hoge Raad
Economische zaak. 1. Afwijzing aanhoudingsverzoek. 2. Verjaring. Artt. 70, 71 en 72 Sv. Ad 1: HR herhaalt relevante overwegingen t.a.v. een verzoek ex art. 278.3 Sv uit HR LJN AT5663. Hof heeft gemotiveerd beslist op aanhoudingsverzoek. Gelet op hetgeen de raadsman ter… - ECLI:NL:HR:2010:BL3144 — 20-04-2010 Hoge Raad
Cassatie in het belang der wet. Artt. 71, 80, 86 en 87 Sv. Niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in een verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis. O.g.v. art. 86 Sv is de rechter die hetzij in e.a. hetzij in hb over de voorlopige hechtenis beslist, bevoegd om op… - ECLI:NL:HR:2003:AN7635 — 16-12-2003 Hoge Raad
Verzuim te beslissen op geheel subsidiair gevoerd verweer strekkende tot strafvermindering (primair n-o OM; subsidiair bewijsuitsluiting). Geen cassatie nu het Hof heeft geoordeeld dat verdachte niet in zijn verdediging is geschaad, waardoor geen sprake is van nadeel als bedoeld… - ECLI:NL:GHSHE:2024:4273 — 24-12-2024 Hof 's-Hertogenbosch
hoger beroep tegen een ter terechtzitting afgewezen verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis. De termijn van drie dagen, zoals genoemd in artikel 87, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering geldt volgens de raadsman slechts voor beschikkingen en niet voor een ter…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.