Artikel 66 Wetboek van Strafvordering

Lid 1

Het bevel tot gevangenneming of gevangenhouding is van kracht gedurende een door de rechtbank te bepalen termijn van ten hoogste negentig dagen, welke ingaat op het ogenblik der tenuitvoerlegging.

Lid 2

Wanneer het bevel is gegeven op de terechtzitting, dan wel binnen de krachtens het eerste lid bepaalde termijn het onderzoek is aangevangen, blijft het bevel van kracht totdat zestig dagen na de dag van de einduitspraak zijn verstreken.

Lid 3

De termijn gedurende welke het bevel van kracht is, kan door de rechtbank, op de vordering van de officier van justitie, vóór de aanvang van het onderzoek op de terechtzitting ten hoogste tweemaal worden verlengd, met dien verstande dat de duur van het bevel tot gevangenneming of gevangenhouding en de verlengingen daarvan tezamen een periode van negentig dagen niet te boven gaan. De verdachte wordt in de gelegenheid gesteld op de vordering te worden gehoord. In het geval de verdenking een terroristisch misdrijf betreft kan de duur van het bevel tot gevangenneming of gevangenhouding na negentig dagen gedurende ten hoogste twee jaren worden verlengd met periodes die een termijn van negentig dagen niet te boven gaan. De behandeling van een vordering tot verlenging vindt in dat geval in het openbaar plaats.

Lid 4

Op bevelen tot verlenging, overeenkomstig het voorgaande lid, zijn de eerste drie leden van dit artikel van overeenkomstige toepassing.

Recente uitspraken

Art. 66 Sv is sinds 2003 in 43 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Rotterdam en Hof 's-Hertogenbosch.

  • ECLI:NL:HR:2021:516 — 13-04-2021 Hoge Raad
    OM-cassatie tegen beschikking hof waarbij AG bij het hof n-o is verklaard in zijn vorderingen om de schorsing van een bevel tot bewaring op te heffen en vervolgens de gevangenhouding te bevelen. Middel klaagt dat (1) hof ten onrechte heeft geoordeeld dat een geschorst bevel…
  • ECLI:NL:HR:2020:2037 — 15-12-2020 Hoge Raad
    Corona-uitspraak, COVID-19. Cassatie in het belang van de wet. Jeugdzaak. Is toelaatbaar dat strafzaak op tz. inhoudelijk wordt behandeld, terwijl 1 van raadsheren hof i.v.m. uitbraak van epidemie van COVID-19 zonder fysiek aanwezig te zijn in zittingszaal deelneemt aan…
  • ECLI:NL:HR:2018:2351 — 18-12-2018 Hoge Raad
    Cassatie in belang der wet. 1. Kan, indien verdachte terechtstaat voor (1) feit waarvoor hij zich in voorlopige hechtenis bevindt o.g.v. bevel tot bewaring of gevangenhouding en (2) ander feit waarvoor weliswaar voorlopige hechtenis is toegelaten maar dat niet is vermeld in dat…
  • ECLI:NL:HR:2016:2022 — 06-09-2016 Hoge Raad
    Art. 80a RO, verzoek horen getuigen. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2014:1496 m.b.t. het voorafgaand aan de tz. of tijdens de inhoudelijke behandeling kenbaar maken van de wens van de verdediging de getuigen alsnog te horen na de afwijzing van een verzoek…
  • ECLI:NL:HR:2014:1611 — 08-07-2014 Hoge Raad
    HR: art. 80a RO. Klacht over beslissingen Hof inzake de voorlopige hechtenis van verdachte. In aanmerking genomen dat niet is gesteld en uit de stukken waarvan de HR kennisneemt ook niet is gebleken dat verdachte zich (nog) in voorlopige hechtenis bevindt, is het belang van…

Bekijk alle 43 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.