Artikel 378 Wetboek van Strafvordering
Lid 1
De politierechter geeft na de sluiting van het onderzoek op de terechtzitting hetzij onmiddellijk hetzij diezelfde dag op een door hem bij de sluiting van het onderzoek te bepalen uur mondeling vonnis.
Lid 2
Het vonnis wordt in het proces-verbaal der terechtzitting aangetekend op de wijze door Onze Minister van Veiligheid en Justitie te bepalen
indien de politierechter dit ambtshalve, op de vordering van de officier van justitie of op het verzoek van de verdachte of zijn raadsman, bij de uitspraak bepaalt;
indien de officier van justitie, de verdachte of zijn raadsman, dan wel de benadeelde partij uiterlijk drie maanden na de uitspraak daartoe een vordering indient of het verzoek doet;
indien een gewoon rechtsmiddel tegen het vonnis is aangewend, tenzij het aanwenden van het rechtsmiddel meer dan drie maanden na de uitspraak is geschied of sprake is van een vonnis als bedoeld in artikel 410a, eerste lid;
indien het vonnis bij verstek is gewezen en de dagvaarding niet in persoon is betekend en zich geen omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of nadere terechtzitting aan de verdachte bekend was, terwijl op de terechtzitting getuigen of deskundigen zijn gehoord dan wel een benadeelde partij zich in het strafproces heeft gevoegd, tenzij sprake is van een vonnis als bedoeld in artikel 410a, eerste lid.
Lid 3
Zodra het proces-verbaal der terechtzitting is getekend, kunnen de verdachte, zijn raadsman of de benadeelde partij daarvan kennis nemen. De politierechter verstrekt desgevraagd een afschrift van het proces-verbaal aan de verdachte, zijn raadsman of de benadeelde partij.
Lid 4
Artikel 365, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Recente uitspraken
Art. 378 Sv is sinds 2003 in 43 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Gelderland.
- ECLI:NL:HR:2026:998 — 23-06-2026 Hoge Raad
Aanwezig hebben van cocaïne (art. 2.C Opiumwet) en voorhanden hebben van vuurwapen en munitie (art. 26.1 WWM). Opgave van bewijsmiddelen a.b.i. art. 359.3 Sv. Mocht meervoudige kamer hof mondeling vonnis Pr, dat o.g.v. art. 378.2 Sv is aangetekend in p-v van tz. in eerste aanleg… - ECLI:NL:HR:2026:996 — 23-06-2026 Hoge Raad
Poging tot zware mishandeling (art. 302.1 jo. 45 Sr) en bedreiging (art. 285.1 Sr) van medewerker jeugdzorginstelling waar verdachte verbleef. Verweer strekkende tot strafvermindering i.v.m. vormverzuim, nu als kwetsbaar aan te merken verdachte voorafgaand aan en tijdens… - ECLI:NL:HR:2025:1870 — 09-12-2025 Hoge Raad
Profijtontneming, w.v.v. uit verkopen van cocaïne en heroïne. Motivering schatting w.v.v., opgave van bewijsmiddelen a.b.i. art. 359.3 Sv. Kon (meervoudige kamer) hof uitspraak Pr bevestigen, nu daarin niet inhoud van b.m. is opgenomen waaraan schatting van w.v.v. is ontleend,… - ECLI:NL:HR:2024:1731 — 17-12-2024 Hoge Raad
Vernieling (art. 350.1 Sr). Bewijsklacht. Enkelvoudige kamer hof heeft bij mondeling arrest vonnis Pr bevestigd, art. 359.3, 378.2 en 378a Sv en art. 1 Regeling aantekening mondeling vonnis. Uit ‘aantekening mondeling vonnis’ a.b.i. art. 378a Sv (stempelvonnis) volgt dat… - ECLI:NL:HR:2023:1698 — 05-12-2023 Hoge Raad
Verduistering caravan (art. 321 Sr) en witwassen door deze caravan vervolgens te verkopen (art. 420bis.1.b Sr). Mocht meervoudige kamer hof mondeling vonnis Pr, dat o.g.v. art. 378.2 Sv is aangetekend in p-v van tz. in eerste aanleg en dat wat betreft inhoud van gebruikte…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.