Artikel 395 Wetboek van Strafvordering

Lid 1

De kantonrechter geeft na de sluiting van het onderzoek op de terechtzitting hetzij onmiddellijk hetzij diezelfde dag op een door hem bij de sluiting van het onderzoek te bepalen uur mondeling vonnis. De artikelen 357 en 359, derde en vijfde lid, blijven buiten toepassing.

Lid 2

Het vonnis wordt in het proces-verbaal der terechtzitting aangetekend op de wijze door Onze Minister van Veiligheid en Justitie te bepalen

  1. indien de kantonrechter dit ambtshalve, op de vordering van de officier van justitie of op het verzoek van de verdachte of zijn raadsman, bij de uitspraak bepaalt;

  2. indien de officier van justitie, de verdachte of zijn raadsman dan wel de benadeelde partij uiterlijk drie maanden na de uitspraak daartoe een vordering indient of het verzoek doet;

  3. indien een gewoon rechtsmiddel tegen het vonnis is aangewend, tenzij het aanwenden van het rechtsmiddel meer dan drie maanden na de uitspraak is geschied of sprake is van een vonnis als bedoeld in artikel 410a, eerste lid;

  4. indien het vonnis bij verstek is gewezen en de dagvaarding niet in persoon is betekend en zich geen omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of nadere terechtzitting aan de verdachte bekend was, terwijl op de terechtzitting getuigen of deskundigen zijn gehoord dan wel een benadeelde partij zich in het strafproces heeft gevoegd, tenzij sprake is van een vonnis als bedoeld in artikel 410a, eerste lid.

Lid 3

Zodra het proces-verbaal der terechtzitting is getekend, kunnen de verdachte, zijn raadsman of de benadeelde partij daarvan kennis nemen. De kantonrechter verstrekt desgevraagd een afschrift van het proces-verbaal aan de verdachte, zijn raadsman of de benadeelde partij.

Lid 4

Artikel 365, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Recente uitspraken

Art. 395 Sv is sinds 2007 in 9 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad en Hof Amsterdam.

  • ECLI:NL:HR:2019:27 — 08-01-2019 Hoge Raad
    Antilliaanse zaak. Opiumlandsverordening 1960. CAG o.m. over art. 384 en art. 395 Sv Curaçao, resp. de eigen verklaring van de verdachte en de eenparigheid van stemmen bij het opleggen van een hogere straf. HR: art. 81.1 RO. Samenhang tussen 17/04384A en 17/05185A.
  • ECLI:NL:HR:2018:698 — 15-05-2018 Hoge Raad
    Overtreding APV Den Haag. Ktr in Rb heeft in stempelvonnis eerder uitgevaardigde strafbeschikking vernietigd en verdachte schuldig verklaard zonder oplegging van straf. Vonnis aangetekend op wijze als in wet voorzien? Art. 395.2 en 395a.1 Sv en art. 2 Regeling aantekening…
  • ECLI:NL:HR:2018:43 — 16-01-2018 Hoge Raad
    Stempelvonnis, art. 395a.1 Sv. Klacht over ontbrekend p-v tz. Ktr waarin vonnis is aangetekend zoals voorgeschreven in art. 395.2 Sv. Een raadsman die bevindt dat de processtukken niet volledig zijn, moet binnen de in art. 437.2 Sv genoemde termijn schriftelijk een verzoek om…
  • ECLI:NL:HR:2014:1576 — 01-07-2014 Hoge Raad
    Stempelvonnis, art. 395a Sv. Verdachte is door de kantonrechter bij verstek veroordeeld. Dit vonnis is slechts aangetekend op de wijze a.b.i. art. 395a.1 Sv (het zgn. stempelvonnis). Verdachte heeft h.b. ingesteld tegen dit vonnis. Het Hof heeft het vonnis waarvan beroep…
  • ECLI:NL:HR:2014:1179 — 20-05-2014 Hoge Raad
    N-O verklaring in h.b. o.g.v. art. 416 Sv. Geen uitgewerkt (stempel)vonnis. Ingevolge de aanhef van art. 395.2 Sv dient het vonnis van de Kr in het p-v tz. te worden aangetekend op de wijze door de Minister van Justitie te bepalen. Van die verplichting tot aantekening van het…

Bekijk alle 9 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.