Artikel 6:2:13 Wetboek van Strafvordering

Lid 1

Uiterlijk vier weken voor het in artikel 6:2:10, eerste of vierde lid, bedoelde tijdstip stelt het openbaar ministerie de veroordeelde in kennis van zijn beslissing over het al dan niet verlenen van voorwaardelijke invrijheidstelling. De beslissing kan ook inhouden dat een beslissing over het verlenen van voorwaardelijke invrijheidstelling wordt uitgesteld voor een termijn van ten hoogste zes maanden. Indien voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend, beslist het openbaar ministerie eveneens over de daaraan verbonden voorwaarden.

Lid 2

Indien geen voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend, kan de veroordeelde ten minste zes maanden na de daartoe strekkende beslissing, eenmaal verzoeken om alsnog voorwaardelijk in vrijheid te worden gesteld. Het openbaar ministerie beslist binnen twee maanden na de ontvangst van het verzoek en stelt de veroordeelde van zijn beslissing in kennis. Indien alsnog voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend, bepaalt het openbaar ministerie de dag van de voorwaardelijke invrijheidstelling en beslist eveneens over de daaraan verbonden voorwaarden. Indien na het verzoek opnieuw geen voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend, zijn de vorige volzinnen van overeenkomstige toepassing.

Recente uitspraken

Art. 6:2:13 Sv is sinds 2020 in 7 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Limburg, Rb. Amsterdam en Rb. Gelderland.

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:4004 — 21-05-2026 Rb. Gelderland
    Bezwaarschrift herroeping VI met 600 dagen in verband met nieuwe strafbare feiten. Eenvoudig van aard / enkelvoudige kamer bevoegd?
  • ECLI:NL:RBAMS:2026:3890 — 03-03-2026 Rb. Amsterdam
    Beslissing op het bezwaar oo.g.v. art. 6:6:8 Sv tegen de beslissing tot het uitstellen van de beslissing over het over het al dan niet verlenen van de voorwaardelijke invrijheidsstelling (v.i.). Bezwaar ongegrond.
  • ECLI:NL:RBLIM:2024:7721 — 23-10-2024 Rb. Limburg
    .
  • ECLI:NL:RBLIM:2022:7086 — 15-09-2022 Rb. Limburg
    Vordering herroeping v.i. na beëindigen klinische behandeling en eerdere gedeeltelijke herroeping. Veroordeling van voor 1 januari 2018. Uitleg van ECLI:NL:HR:2021:850. De rechtbank wijst vordering tot herroeping van de v.i. af. Aanvankelijk betrof de proeftijd bij de v.i. 970…
  • ECLI:NL:RBLIM:2021:7029 — 14-09-2021 Rb. Limburg
    “De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bedreigen van zijn ex-vriendin. Tevens heeft de verdachte een revolver en munitie voorhanden gehad. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden.”

Bekijk alle 7 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.