Artikel 366a Wetboek van Strafvordering
Lid 1
In geval artikel 14a, 38v, 38z of 77x van het Wetboek van Strafrecht is toegepast, kan vanwege het openbaar ministerie aan de verdachte aanstonds na de uitspraak op de terechtzitting een mededeling in persoon worden uitgereikt. De mededeling houdt in de straf of maatregel waartoe de verdachte is veroordeeld en alle beslissingen die betrekking hebben op de in artikel 14c, 38v, 38z of 77z van het Wetboek van Strafrecht bedoelde algemene en bijzondere voorwaarden of vrijheidsbeperkende maatregel. De mededeling houdt daarnaast de datum van ingang van de proeftijd dan wel de maatregel in, indien de verdachte afziet van een rechtsmiddel of indien de rechter beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
Lid 2
Indien van het vonnis op grond van artikel 366, tweede lid, geen mededeling behoeft te worden gedaan en indien artikel 14a, 38v, 38z of 77x van het Wetboek van Strafrecht is toegepast, wordt de mededeling bedoeld in het eerste lid, aan de niet op de terechtzitting waarop de uitspraak wordt gedaan verschenen verdachte toegezonden. Deze toezending geschiedt ook indien de uitreiking in persoon, bedoeld in het eerste lid, niet heeft plaats gevonden.
Lid 3
In alle overige gevallen wordt de mededeling, bedoeld in het eerste lid, aan de verdachte in persoon betekend. Deze mededeling bevat tevens de in artikel 366, eerste en derde lid, genoemde gegevens.
Lid 4
Het eerste tot en met derde lid is van overeenkomstige toepassing ingeval artikel 22c of 77m van het Wetboek van Strafrecht is toegepast.
Recente uitspraken
Art. 366a Sv is sinds 2005 in 321 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Rb. Noord-Holland en Rb. Midden-Nederland.
- ECLI:NL:HR:2021:352 — 09-03-2021 Hoge Raad
Cassatie in belang der wet. Omzetting taakstraf in hechtenis als tul taakstraf is mislukt, art. 22g (oud) Sr. 1. Aanvang bezwaartermijn als kennisgeving dat vervangende hechtenis wordt toegepast niet in persoon is betekend. Begint bezwaartermijn te lopen vanaf moment van… - ECLI:NL:HR:2020:1123 — 30-06-2020 Hoge Raad
Rijden onder invloed (art. 8.2.a WVW 1994) en snelheidsovertreding (art. 62 jo bord A1 RVV 1990). Executieverjaring i.h.k.v. (gedeeltelijke) toewijzing van vordering tul van voorwaardelijk opgelegde ontzegging bevoegdheid motorrijtuigen te besturen. Is recht tot uitvoering van… - ECLI:NL:HR:2017:3186 — 19-12-2017 Hoge Raad
Cassatie in belang der wet. Jeugdzaak. Kan de tul van een voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast wegens overtreding van voorwaarden die ex art. 14e Sr of art. 77za Sr bij voorraad uitvoerbaar zijn verklaard, als die straf nog niet onherroepelijk is? Aanvang proeftijd.… - ECLI:NL:HR:2010:BO2558 — 02-11-2010 Hoge Raad
Tenuitvoerlegging voorwaardelijke OBM. Het hof heeft de t.u.l. gelast van een voorwaardelijke OBM terwijl geen mededeling van de voorwaardelijke veroordeling in de zin van art. 366a.2 Sv aan verdachte heeft plaatsgevonden. Gelet op de wetsgeschiedenis staat dit laatste echter… - ECLI:NL:HR:2005:AT5752 — 14-06-2005 Hoge Raad
De klacht over de tenuitvoerlegging wegens het niet ingegaan zijn van de proeftijd faalt reeds bij gebrek aan belang, omdat het miskent dat in een geval als het onderhavige waarin het gaat om niet-naleving van de algemene voorwaarde ex art. 14c.1 Sr, ook een strafbaar feit…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.