Artikel 151da Wetboek van Strafvordering
Lid 1
Het verbod om genetische gegevens te verwerken is niet van toepassing, indien in het belang van het onderzoek een DNA-onderzoek wordt verricht dat gericht is op het vaststellen van verwantschap. De officier van justitie kan bevelen dat een zodanig DNA-onderzoek wordt verricht. Ingeval het DNA-onderzoek verricht wordt met behulp van de DNA-profielen, die overeenkomstig dit wetboek of een andere wet verwerkt zijn, kan het bevel slechts worden gegeven na schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris op vordering van de officier van justitie. Artikel 151a, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Lid 2
Celmateriaal dat ingevolge dit wetboek, of een andere wet is afgenomen ten behoeve van het bepalen en verwerken van een DNA-profiel, mag worden gebruikt voor het vaststellen van verwantschap. Celmateriaal van een derde kan, behoudens het geval, bedoeld in de volgende volzin, slechts met zijn schriftelijke toestemming worden afgenomen en gebruikt voor het vaststellen van verwantschap. Ingeval een derde minderjarig is en vermoed wordt dat hij voorwerp is van een misdrijf als omschreven in artikel 197a, 241, 243 en 245 tot en met 250, 256, 273f, 278, 287, 289, 290 of 291 van het Wetboek van Strafrecht, kan in het belang van het onderzoek celmateriaal bij de derde op bevel van de officier van justitie na schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris worden afgenomen en gebruikt voor het vaststellen van verwantschap.
Lid 3
Het DNA-onderzoek kan slechts worden verricht in geval van verdenking van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld en een van de misdrijven omschreven in de artikelen 109, 110, 141, tweede lid, onder 1°, 181, onder 2°, 182, 241, eerste lid, en 245, eerste lid, 281, eerste lid, onder 1°, 290, 300, tweede en derde lid, en 301, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Indien een DNA-onderzoek als bedoeld in artikel 151a, eerste lid, leidt tot het vaststellen van verwantschap, kan de officier van justitie dit resultaat in het opsporingsonderzoek gebruiken.
Lid 4
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze van uitvoering van het DNA-onderzoek.
Recente uitspraken
Art. 151da Sv is sinds 2013 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Limburg, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Noord-Nederland.
- ECLI:NL:GHSHE:2022:232 — 28-01-2022 Hof 's-Hertogenbosch
Het hof verklaart de inleidende dagvaarding met betrekking tot het onder 4 tenlastegelegde partieel nietig. Voorts verklaart het hof het Openbaar Ministerie ontvankelijk in de strafvervolging ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde. Het hof spreekt de verdachte vrij van de… - ECLI:NL:RBLIM:2023:5931 — 17-08-2023 Rb. Limburg
Machtiging van de rechter-commissaris tot het verrichten van een actief (grootschalig) DNA-verwantschapsonderzoek ex artikel 151da WvSv. De vordering behelst een DNA-onderzoek gericht op het vaststellen van verwantschap door het SNP-DNA profiel van een onbekende verdachte van… - ECLI:NL:RBLIM:2023:5930 — 01-05-2023 Rb. Limburg
Machtiging van de rechter-commissaris tot het verrichten van een actief (grootschalig) DNA-verwantschapsonderzoek ex artikel 151da WvSv. De vordering behelst een DNA-onderzoek gericht op het vaststellen van verwantschap door het SNP-DNA profiel van een onbekende dode vrouw… - ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ7928 — 19-04-2013 Rb. Noord-Nederland
De rechtbank veroordeelt de verdachte voor de verkrachting van en moord op de 16-jarige Marianne Vaatstra tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren. Verdachte heeft het slachtoffer gedwongen tot het hebben van orale en vaginale seks, waarna hij haar heeft gewurgd en haar…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.