Artikel 6:3:7 Wetboek van Strafvordering
Lid 1
Het openbaar ministerie kan de termijn verlengen die is gesteld bij een overeenkomstig artikel 257a gegeven aanwijzing.
Lid 2
Indien binnen drie jaren na voldoening van een bedrag of overdracht van voorwerpen, als bedoeld in artikel 257a, derde lid, onder c, of in artikel 511c blijkt dat dit een hogere waarde vertegenwoordigt dan de som van het werkelijke voordeel verkregen door middel of uit de baten van het strafbare feit of soortgelijke feiten, beveelt Onze Minister – hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de gewezen verdachte of veroordeelde – de teruggave van een geldbedrag gelijk aan het verschil.
Recente uitspraken
Art. 6:3:7 Sv is sinds 2026 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Noord-Holland.
- ECLI:NL:RBNHO:2026:12207 — 25-08-2026 Rb. Noord-Holland
Beëindiging ontneming van rechtswege. De rechtbank heeft vastgesteld dat de officier van justitie een schikking als bedoeld in artikel 511c Sv met de veroordeelde is aangegaan ter ontneming van het ingevolge artikel 36e Sr wederrechtelijk verkregen voordeel.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.