Artikel 432 Wetboek van Strafvordering
Lid 1
Het beroep in cassatie moet binnen veertien dagen na de einduitspraak worden ingesteld indien:
de dagvaarding of oproeping om op de terechtzitting te verschijnen of de aanzegging of oproeping voor de nadere terechtzitting aan de verdachte in persoon is gedaan of betekend;
de verdachte op de terechtzitting of nadere terechtzitting is verschenen;
zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was;
de dagvaarding of oproeping binnen zes weken nadat door de verdachte hoger beroep is ingesteld, rechtsgeldig aan de verdachte is betekend met inachtneming van artikel 36g en in hoger beroep geen onvoorwaardelijke straf of maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming van langere duur meebrengt dan zes maanden.
Lid 2
In andere gevallen dan de in het eerste lid genoemde moet cassatie worden ingesteld binnen veertien dagen nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat het vonnis of arrest de verdachte bekend is.
Lid 3
Indien het onderzoek op de terechtzitting voor onbepaalde tijd is geschorst en de aanzegging of oproeping voor de nadere terechtzitting niet in persoon is gedaan of betekend, is de termijn bedoeld in het tweede lid van toepassing, tenzij
de verdachte op de nadere terechtzitting is verschenen of
zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was.
Indien een van deze twee uitzonderingen zich voordoet, is de termijn genoemd in de aanhef van het eerste lid van toepassing.
Recente uitspraken
Art. 432 Sv is sinds 2000 in 24 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, CRvB en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:HR:2026:1540 — 29-09-2026 Hoge Raad
Belediging van politieambtenaar (art. 266.1 jo. 267.1.2 Sr), straatschenderij (art. 424.1 Sr) en niet voldoen aan identificatieplicht (art. 447e Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, gebrekkige volmacht (art. 450.3 Sv). Kon hof de verdachte n-o verklaren in zijn h.b. op de grond… - ECLI:NL:HR:2026:954 — 23-06-2026 Hoge Raad
Voorhanden hebben van vuurwapens en munitie (art. 26.1 WWM) en aanwezig hebben van amfetamine en GHB (art. 2.C Opiumwet). Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432.1.c Sv. Kan uit mededeling van niet gemachtigde raadsman worden afgeleid dat verdachte tevoren bekend was met dag… - ECLI:NL:HR:2026:762 — 19-05-2026 Hoge Raad
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen diefstal d.m.v. braak, art. 311.1 Sr. Dubbel verstek. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432.1.c Sv. Kan uit (op dag voor eerste tz. in hoger beroep verzonden) e-mailbericht van raadsman aan strafgriffie hof, inhoudende dat… - ECLI:NL:HR:2026:484 — 24-03-2026 Hoge Raad
Mishandeling, meermalen gepleegd (art. 300.1 Sr), wederspannigheid (art. 180 Sr) en huisvredebreuk (art. 138.1 Sr). 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432.1.c Sv. Kan uit mededeling van niet gemachtigde raadsvrouw worden afgeleid dat verdachte met dag van tz. in hoger… - ECLI:NL:HR:2026:156 — 03-02-2026 Hoge Raad
Belediging van treinconducteur, art. 266.1 jo. 267.1.2 Sr. Dubbel verstek. Ontvankelijkheid hoger beroep, gebrekkige volmacht (art. 450.3 Sv). Kon hof (enkelvoudige kamer) de verdachte n-o verklaren in zijn h.b. op de grond dat volmacht van advocaat aan griffiemedewerker Rb niet…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.