Artikel 311 Wetboek van Strafvordering
Lid 1
Nadat de ondervraging van de verdachte heeft plaatsgehad, de aanwezige getuigen en deskundigen zijn gehoord en het spreekrecht is uitgeoefend, kan de officier van justitie het woord voeren; hij legt zijn vordering na voorlezing aan de rechtbank over. De vordering omschrijft de straf en maatregel, indien oplegging daarvan wordt geëist; zij vermeldt in dat geval tevens welk strafbaar feit zou zijn begaan. De officier van justitie maakt, voor zover zulks aan de verdachte niet reeds eerder was gebleken, kenbaar of hij voornemens is een vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken, alsmede of daartoe een strafrechtelijk financieel onderzoek, als bedoeld in artikel 126 is ingesteld. Van deze mededeling van de officier van justitie wordt in het proces-verbaal van de terechtzitting aantekening gemaakt.
Lid 2
De verdachte kan hierop antwoorden.
Lid 3
De officier van justitie kan daarna andermaal het woord voeren.
Lid 4
Aan de verdachte wordt op straffe van nietigheid het recht gelaten om het laatst te spreken.
Lid 5
De voorzitter kan bepalen dat aan de verdachte, getuigen en deskundigen nieuwe vragen worden gesteld en dat stukken worden voorgelezen. In dat geval kunnen de officier van justitie en de verdachte op de hiervoor vermelde voet, het woord voeren.
Recente uitspraken
Art. 311 Sv is sinds 1995 in 126 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Amsterdam en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:HR:2026:167 — 03-02-2026 Hoge Raad
Profijtontneming, w.v.v. uit gewoontewitwassen. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.3 Sr. Beginpunt van redelijke termijn in eerste aanleg. Kon hof oordelen dat niet moment waarop betrokkene ervan op de hoogte is geraakt dat tegen hem strafrechtelijk financieel… - ECLI:NL:HR:2025:62 — 14-01-2025 Hoge Raad
Poging tot zware mishandeling (art. 302.1 jo. 45 Sr). Laatste woord, art. 311.4 Sv. Uit p-v van tz. in hoger beroep blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat voorschrift dat in art. 311.4 Sv op straffe… - ECLI:NL:HR:2024:1572 — 05-11-2024 Hoge Raad
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Aankondiging ontnemingsvordering, art. 311.1 Sv. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van OM in ontnemingsvordering. Heeft OvJ voornemen om ontnemingsvordering aanhang te maken overeenkomstig art. 311.1 1 Sv tijdig… - ECLI:NL:HR:2023:1560 — 14-11-2023 Hoge Raad
Groot aantal winkeldiefstallen, art. 310 Sr. ISD-maatregel opgelegd. Heeft hof gehandeld in strijd met beginselen van behoorlijke procesorde, nu voorzitter hof ná laatste woord van verdachte maar vóór sluiting onderzoek ttz. heeft geweigerd raadsman in de gelegenheid te stellen… - ECLI:NL:HR:2021:1136 — 13-07-2021 Hoge Raad
OM-cassatie. OM o.g.v. art. 349.3 Sv niet-ontvankelijk in vervolging t.z.v. medeplegen van zware mishandeling in discotheek in Nijmegen (art. 302.1 Sr), omdat OM vanwege zwaarwegend opsporingsbelang heeft geweigerd medewerking te verlenen aan bevel van RC om informant als…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.