Artikel 296 Wetboek van Strafvordering

Lid 1

Na het afleggen van zijn verklaring blijft de getuige in de zittingzaal, tenzij de rechtbank, met toestemming van de officier van justitie en de verdachte, hem vergunt zich te verwijderen, zo nodig met het bevel op een te bepalen tijdstip opnieuw aanwezig te zijn.

Lid 2

In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, is de toestemming van de verdachte niet vereist indien ten aanzien van de getuige het vermoeden bestaat, bedoeld in artikel 290, derde lid.

Recente uitspraken

Art. 296 Sv is sinds 2008 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad.

  • ECLI:NL:HR:2008:BC6779 — 10-06-2008 Hoge Raad
    1. Horen getuigen in elkaars aanwezigheid, artt. 289, 296, 297 Sv. 2. Opmaken verkort pv, art. 281.4 Sv. Ad 1. Art. 289 Sv, dat ex art. 415 Sv ook in appèl van toepassing is, geeft voorschriften omtrent de volgorde van de gang van zaken bij het verhoor van getuigen, Ex art.…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.