Artikel 300 Wetboek van Strafvordering

Lid 1

De voorzitter kan ambtshalve of op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte bepalen dat de vragen met betrekking tot de geestvermogens van de verdachte buiten diens tegenwoordigheid zullen worden gesteld en behandeld, en voorts dat de officier van justitie of de raadsman buiten de tegenwoordigheid van de verdachte betreffende diens geestvermogens het woord zal voeren.

Lid 2

Na terugkeer van de verdachte in de zittingzaal wordt hem mededeling gedaan van wat tijdens zijn afwezigheid is voorgevallen.

Recente uitspraken

Art. 300 Sv is sinds 2020 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad.

  • ECLI:NL:HR:2020:2036 — 15-12-2020 Hoge Raad
    Caribische zaak. Woningoverval op Bonaire. Medeplegen diefstal met geweld met dood politieagent als gevolg (art. 325.2.1 jo. 324.4 Sr BES) en medeplegen voorbereiding diefstal met geweld (art. 325.1 jo. 324.4 jo. 48a.1 Sr BES). 1. Betekening dagvaarding in h.b. van in Nederland…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.