Artikel 191 Wetboek van Strafvordering
Lid 1
Indien een verdachte, getuige of deskundige de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, kan de rechter-commissaris een tolk oproepen.
Lid 2
Indien een verdachte of getuige niet of slechts zeer gebrekkig kan horen of spreken, bepaalt de rechter-commissaris dat de bijstand van een daartoe geschikte persoon als tolk wordt ingeroepen dan wel dat de vragen of de antwoorden schriftelijk zullen geschieden.
Lid 3
Indien de tolk geen beëdigde tolk in de zin van de Wet beëdigde tolken en vertalers is, beëdigt de rechter-commissaris de tolk dat hij zijn taak naar zijn geweten zal vervullen alvorens de tolk zijn werkzaamheden aanvangt.
Recente uitspraken
Art. 191 Sv is sinds 1996 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Amsterdam en Rb. Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2012:BX5063 — 25-09-2012 Hoge Raad
Cassatie in het belang der wet over de toepassing art. 14fa Sr. De in art. 14fa Sr vervatte regeling (inwerkingtreding 1-4-2012) voorziet in de mogelijkheid van een voorlopige tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraf. De regeling heeft betrekking… - ECLI:NL:HR:1996:AA1826 — 17-04-1996 Hoge Raad
- - ECLI:NL:GHAMS:2018:3968 — 09-10-2018 Hof Amsterdam
Overtreding gebiedsverbod. Niet-ontvankelijkheid OM in zaak E. Vervolging is in strijd met artikel 68 Sr dan wel in strijd met de beginselen van een goede procesorde. - ECLI:NL:RBAMS:2025:3875 — 10-06-2025 Rb. Amsterdam
Onderzoek Kapra en Kapra Annex. Veroordeling van het kopstuk van een langdurig opererende valse facturenfabriek. Verdachte en de medeverdachten hielden zich op zeer grote schaal bezig met het opmaken van facturen waar geen kledinghandel aan ten grondslag lag maar die wel werden…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.