Artikel 195 Wetboek van Strafvordering
Lid 1
De rechter-commissaris kan, ambtshalve of op de vordering van de officier van justitie, bevelen dat de verdachte tegen wie ernstige bezwaren bestaan, in het belang van het onderzoek aan zijn lichaam of kleding zal worden onderzocht.
Lid 2
De rechter-commissaris kan, ambtshalve of op de vordering van de officier van justitie, bevelen dat de verdachte tegen wie ernstige bezwaren bestaan, in het belang van het onderzoek in zijn lichaam zal worden onderzocht. Onder onderzoek in het lichaam wordt verstaan: het uitwendig schouwen van de openingen en holten van het onderlichaam, röntgenonderzoek, echografie en het inwendig manueel onderzoek van de openingen en holten van het lichaam. Het onderzoek in het lichaam wordt verricht door een arts. Het onderzoek wordt niet ten uitvoer gelegd indien zulks om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is.
Lid 3
In geval van dringende noodzakelijkheid kan de rechter-commissaris het in het eerste lid bedoelde bevel ook geven ten aanzien van degenen van wie wordt vermoed dat zij sporen van het strafbare feit aan het lichaam of de kleding dragen.
Lid 4
De in het eerste tot en met derde lid bedoelde onderzoeken worden op een besloten plaats en, voor zover mogelijk, door personen van hetzelfde geslacht als de te onderzoeken persoon verricht.
Lid 5
Het bevel wordt niet gegeven dan nadat de betrokken persoon daarover is gehoord.
Recente uitspraken
Art. 195 Sv is sinds 1992 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad.
- ECLI:NL:HR:1992:AD1610 — 18-02-1992 Hoge Raad
Moord (art. 289 Sr) en verkrachting, meermalen gepleegd (art. 242 Sr). 1. Eigen waarneming van rechter als b.m., art. 340 Sv. Kon Hof in aansluiting op, voor bewijs van verkrachting gebruikte, bij politie afgelegde verklaring van getuige overwegen dat Hof ttz. heeft waargenomen…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.