Artikel 258 Wetboek van Strafvordering
Lid 1
De zaak wordt ter terechtzitting aanhangig gemaakt door eene dagvaarding vanwege den officier van justitie aan den verdachte beteekend; het rechtsgeding neemt hierdoor een aanvang.
Lid 2
De voorzitter der rechtbank bepaalt, op het verzoek en de voordracht van den officier van justitie, den dag der terechtzitting. Hij kan, bij het bepalen van de dag der terechtzitting of nadien, bevelen dat de verdachte in persoon zal verschijnen; hij kan daartoe tevens zijn medebrenging gelasten. De voorzitter kan ook de medebrenging gelasten van de getuige van wie op grond van feiten en omstandigheden aannemelijk is dat hij niet voornemens is gevolg te geven aan een oproep om ter terechtzitting te verschijnen. Voorts kan de voorzitter van de rechtbank de officier van justitie bevelen, nader omschreven onderzoek te verrichten of doen verrichten, alsmede gegevensdragers en stukken bij de processtukken te voegen dan wel stukken van overtuiging over te leggen.
Lid 3
De personen, bedoeld in artikel 51e, tweede, derde, vierde, zevende en achtste lid, kunnen de voorzitter verzoeken of het hen toegekende spreekrecht mag worden uitgeoefend door hun raadsman of een daartoe bijzondere gemachtigde. Indien meer dan drie nabestaanden hebben meegedeeld dat zij van hun spreekrecht gebruik willen maken, en zij het onderling niet eens kunnen worden over wie van hen het woord zal voeren, beslist de voorzitter welke drie personen van het spreekrecht gebruik kunnen maken.
Recente uitspraken
Art. 258 Sv is sinds 1989 in 63 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Den Haag.
- ECLI:NL:HR:2025:1519 — 14-10-2025 Hoge Raad
Vernieling van trams door aanbrengen van graffiti tijdens demonstratie, art. 350.1 Sr. 1. Post-Keskin. Afwijzing van ttz. in hoger beroep bij pleidooi gedaan voorwaardelijk verzoek tot horen van belastende getuigen (trambestuurder en verbalisant). Welke betekenis komt toe aan… - ECLI:NL:HR:2022:1910 — 20-12-2022 Hoge Raad
Voortgezette handeling van medeplegen valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr) en gebruik maken van vervalst geschrift (art. 225.2 Sr), meermalen gepleegd. Relatieve competentie, art. 2.2 Sv. Is Rb Midden-Nederland bevoegd tot kennisneming van het aan verdachte tlgd. feit?… - ECLI:NL:HR:2022:1469 — 18-10-2022 Hoge Raad
Verstekverlening in hoger beroep na betekening van dagvaarding of oproeping door toezending per gewone post naar adres van verdachte in buitenland (Polen) op de voet van art. 36e.3 Sv. 1. Stelt het Unierecht, i.h.b. (a) Richtlijn 2012/13/EU (recht op informatie in… - ECLI:NL:HR:2021:534 — 09-04-2021 Hoge Raad
Wet forensische zorg (Wfz), Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Kan strafrechter ambtshalve een zorgmachtiging verlenen (art. 2.3 lid 1 Wfz in verbinding met art. 6:5 Wvggz) nadat officier van justitie geen gevolg heeft gegeven aan verzoek van de rechter een… - ECLI:NL:HR:2018:21 — 09-01-2018 Hoge Raad
Voorzitter Hof heeft in zijn hoedanigheid van Rh-C (poortraadsheer) ex art. 411a.1 Sv enig onderzoek in de zaak verricht door getuigenverzoek toe te wijzen. Functiecumulatie van Rh-C en voorzitter Hof. Behandeling door onpartijdig gerecht en toepasselijkheid art. 268.2 Sv in…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.