Artikel 339 Wetboek van Strafvordering
Lid 1
Als wettige bewijsmiddelen worden alleen erkend:
eigen waarneming van den rechter;
verklaringen van den verdachte;
verklaringen van een getuige;
verklaringen van een deskundige;
schriftelijke bescheiden.
Lid 2
Feiten of omstandigheden van algemeene bekendheid behoeven geen bewijs.