Artikel 126bb Wetboek van Strafvordering
Lid 1
De officier van justitie doet aan betrokkene schriftelijk mededeling van de uitoefening van de bevoegdheden, genoemd in de titels IVa tot en met Vc, zodra het belang van het onderzoek dat toelaat. De mededeling blijft achterwege, indien uitreiking van de mededeling redelijkerwijs niet mogelijk is.
Lid 2
Als betrokkenen in de zin van het eerste lid worden aangemerkt:
de persoon ten aanzien van wie een van de bevoegdheden van titel IVa, V, Va, Vb of Vc is uitgeoefend;
de gebruiker van telecommunicatie of de technische hulpmiddelen waarmee de telecommunicatie plaatsvindt, bedoeld in artikel 126m, tweede lid, onderdeel c, artikel 126t, tweede lid, onderdeel c, en artikel 126zg, tweede lid, onderdeel a;
de rechthebbende van een besloten plaats als bedoeld in de artikelen 126g, tweede lid, 126k, 126l, tweede lid, 126o, tweede lid, 126r, 126s, tweede lid, en 126zd, derde lid.
Lid 3
Indien de betrokkene de verdachte is, kan mededeling achterwege blijven, indien hij op grond van artikel 126aa, eerste of vierde lid, met de bevoegdheidstoepassing op de hoogte komt.
Lid 4
Het eerste lid is niet van toepassing op de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in de artikelen 126na, 126ua, 126nc, 126uc, 126zi, 126zk en 126zq tot en met 126zs, en indien toepassing wordt gegeven aan artikel 126aa, vierde lid, tweede volzin.
Lid 5
Degene tot wie een vordering als bedoeld in de artikelen 126n, 126na, 126nc tot en met 126ni, 126u, 126ua, 126uc tot en met 126ui, 126zh, 126zi en 126zja tot en met 126zp is gericht neemt in het belang van het onderzoek geheimhouding in acht omtrent al hetgeen hem ter zake van de vordering bekend is.
Recente uitspraken
Art. 126bb Sv is sinds 2001 in 10 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. 's-Gravenhage en Rb. Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2025:1247 — 09-09-2025 Hoge Raad
Deelname aan criminele drugsorganisatie (art. 11b.1 Opiumwet), medeplegen verkopen van cocaïne, meermalen gepleegd (art. 2.B Opiumwet), aanwezig hebben van cocaïne (art. 2.C Opiumwet) en eenvoudig witwassen (art. 420bis.1 Sr). Post-Landeck, onderzoek aan smartphones. Verweer dat… - ECLI:NL:HR:2025:409 — 18-03-2025 Hoge Raad
OM-cassatie en cassatie verdachte. Phishing-fraude met behulp van valse betaalverzoeken. Medeplegen computervredebreuk, meermalen gepleegd (art. 138ab.1 Sr), medeplegen voorhanden hebben van toegangscodes (art. 139d.2.b Sr), medeplegen oplichting, meermalen gepleegd (art. 326.1… - ECLI:NL:HR:2024:375 — 12-03-2024 Hoge Raad
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Strafrecht. Verschoningsrecht van advocaten en andere functioneel verschoningsgerechtigden (art. 218 Sv) bij vordering door openbaar ministerie van gegevens van aanbieder van communicatiedienst (art. 126ng/ug Sv). Filtering en vernietiging van… - ECLI:NL:HR:2022:475 — 05-04-2022 Hoge Raad
Cassatie in het belang van de wet n.a.v. uitspraken HvJ EU in zaken Tele2 Sverige en Watson, Ministerio Fiscal, La Quadrature du Net e.a. en Prokuratuur. Verlenen van toegang tot verkeers- en locatiegegevens (waaronder identificerende gegevens) a.b.i. art. 126n, 126na en 126ni… - ECLI:NL:HR:2021:68 — 19-01-2021 Hoge Raad
Beklag, beslag ex art. 98 Sv op stukken in hoofdkantoor van Jehovah’s Getuigen en woningen van ouderlingen van Jehovah’s Getuigen t.z.v. verdenking van seksueel misbruik door (andere) leden van gemeenschap. Beroep op verschoningsrecht voor ouderlingen, art. 218 Sv. 1. Valt…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.