Artikel 126aa Wetboek van Strafvordering
Lid 1
De officier van justitie voegt de processen-verbaal en andere voorwerpen waaraan gegevens kunnen worden ontleend die zijn verkregen door de uitoefening van een van de bevoegdheden, genoemd in de titels IVa tot en met Vc, dan wel door de toepassing van artikel 126ff, voorzover die voor het onderzoek in de zaak van betekenis zijn, bij de processtukken.
Lid 2
Voor zover de processen-verbaal of andere voorwerpen mededelingen behelzen gedaan door of aan een persoon die zich op grond van de artikelen 218 en 218a zou kunnen verschonen indien hem als getuige naar de inhoud van die mededelingen zou worden gevraagd, worden deze processen-verbaal en andere voorwerpen vernietigd. Bij algemene maatregel van bestuur worden hieromtrent voorschriften gegeven. Voor zover de processen-verbaal of andere voorwerpen andere mededelingen dan bedoeld in de eerste volzin behelzen gedaan door of aan een in die volzin bedoelde persoon, worden zij niet bij de processtukken gevoegd dan na voorafgaande machtiging door de rechter-commissaris.
Lid 3
De voeging bij de processtukken vindt plaats zodra het belang van het onderzoek het toelaat.
Lid 4
Indien geen processen-verbaal van de uitoefening van een van de bevoegdheden, bedoeld in de titels IVa tot en met Vc, dan wel van de toepassing van artikel 126ff, bij de processtukken zijn gevoegd, wordt van het gebruik van deze bevoegdheid in de processtukken melding gemaakt. De eerste volzin is niet van toepassing indien voeging van de melding op grond van artikel 149b achterwege wordt gelaten.
Lid 5
De verdachte of diens raadsman kan de officier van justitie schriftelijk verzoeken bepaalde door hem aangeduide processen-verbaal of andere voorwerpen bij de processtukken te voegen.
Recente uitspraken
Art. 126aa Sv is sinds 2001 in 165 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Hoge Raad en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:HR:2026:178 — 10-02-2026 Hoge Raad
Onderzoek Vidar. Eendaadse samenloop van medeplegen bereiden en aanwezig hebben van speed (art. 2.B en 2.C Opiumwet), medeplegen witwassen van geldbedrag (art. 420bis.1.b Sr) en gewoontewitwassen van geldbedragen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr). 1. HR wijdt algemene… - ECLI:NL:HR:2026:171 — 03-02-2026 Hoge Raad
OM-cassatie. Beklag ex art. 98.4 jo. 552a Sv door producent van medische apparatuur tegen beslag op gegevens i.v.m. strafrechtelijk onderzoek tegen klaagster en medeklaagster t.z.v. verdenking van valsheid in geschrift, waarbij RC heeft beslist dat deze als… - ECLI:NL:HR:2025:1247 — 09-09-2025 Hoge Raad
Deelname aan criminele drugsorganisatie (art. 11b.1 Opiumwet), medeplegen verkopen van cocaïne, meermalen gepleegd (art. 2.B Opiumwet), aanwezig hebben van cocaïne (art. 2.C Opiumwet) en eenvoudig witwassen (art. 420bis.1 Sr). Post-Landeck, onderzoek aan smartphones. Verweer dat… - ECLI:NL:HR:2025:1030 — 01-07-2025 Hoge Raad
OM-cassatie. Beklag ex art. 552a Sv van advocaten tegen kennisneming en gebruik van geheimhoudersgegevens (correspondentie tussen klagers en cliënt) die na vordering van OvJ zijn verstrekt door bedrijf en verzoek tot vernietiging daarvan i.v.m. verschoningsrecht. 1. Waarborgen… - ECLI:NL:HR:2025:578 — 15-04-2025 Hoge Raad
Beklag ex art. 98.4 jo. art. 552a Sv door arts tegen beslag op (digitale) gegevensdragers wegens verdenking van omkoping van klager en andere artsen bij ziekenhuis, waarbij RC heeft beslist dat als geheimhoudersinformatie aangemerkte bestanden worden uitgegrijsd zodat deze…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.