Artikel 126c Wetboek van Strafvordering

Lid 1

De officier van justitie kan bij dringende noodzakelijkheid ter inbeslagneming elke plaats, alsmede een woning zonder toestemming van de bewoner doorzoeken indien zich daar vermoedelijk bescheiden of gegevens als bedoeld in artikel 126a of voorwerpen als bedoeld in artikel 94a bevinden.

Lid 2

Artikel 97, tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Recente uitspraken

Art. 126c Sv is sinds 2010 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Rb. Rotterdam en Rb. Utrecht.

  • ECLI:NL:GHARL:2021:9905 — 20-10-2021 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Meervoudig arrest. Artikel 8 EVRM. Het hof oordeelt anders dan voorheen dat het verzamelen, verwerken en opslaan van tot kentekenhouders herleidbare gegevens en foto's door flitspalen een inmenging is in het recht van de betrokken persoon op respectering van zijn privéleven in…
  • ECLI:NL:RBROT:2014:10938 — 26-11-2014 Rb. Rotterdam
    Meervoudige raadkamer; hoger beroep van de officier van justitie tegen de beslissing van de rechter-commissaris tot afwijzing van de op grond van artikel 126m Sv door de officier van justitie gedane vorderingen (telefoontap), die zijn gedaan in verband met een…
  • ECLI:NL:RBUTR:2010:BL0008 — 20-01-2010 Rb. Utrecht
    Vordering rectificatie en schadevergoeding, omdat de belastingdienst schriftelijk aan de opdrachtgevers heeft laten weten een ernstig vermoeden van fraude te hebben gepleegd door bestuurder/medewerker van een bemiddelingsbedrijf in de kinderopvang en bovendien uitbetaling van…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.