Artikel 126cc Wetboek van Strafvordering

Lid 1

Zolang de zaak niet is geëindigd, bewaart de officier van justitie de processen-verbaal en andere voorwerpen, waaraan gegevens kunnen worden ontleend die zijn verkregen door observatie met behulp van een technisch hulpmiddel dat signalen registreert, het opnemen van vertrouwelijke communicatie, het opnemen van telecommunicatie of het vorderen van gegevens over een gebruiker en het telecommunicatieverkeer met betrekking tot die gebruiker, voor zover die niet bij de processtukken zijn gevoegd, en houdt deze ter beschikking van het onderzoek.

Lid 2

Zodra twee maanden verstreken zijn nadat de zaak geëindigd is en de laatste mededeling, bedoeld in artikel 126bb, is gedaan, doet de officier van justitie de processen-verbaal en andere voorwerpen, bedoeld in het eerste lid, vernietigen. Van de vernietiging wordt proces-verbaal opgemaakt.

Lid 3

Met een zaak die geëindigd is, wordt bij de toepassing van het vorige lid gelijkgesteld een voorbereidend onderzoek dat naar redelijke verwachting niet tot een zaak zal leiden.

Lid 4

Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven omtrent de wijze waarop de processen-verbaal en andere voorwerpen, bedoeld in het eerste lid, worden bewaard en vernietigd.

Lid 5

Indien bij een onderzoek in een geautomatiseerd werk gegevens worden aangetroffen met betrekking tot welke of met behulp waarvan het strafbare feit is gepleegd, kan de officier van justitie bepalen dat die gegevens ontoegankelijk worden gemaakt voor zover dit noodzakelijk is ter beëindiging van het strafbare feit of ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten. Het bepaalde in artikel 125o, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Lid 6

Zodra blijkt dat gegevens die zijn vastgelegd tijdens een onderzoek in een geautomatiseerd werk van geen betekenis zijn voor het onderzoek, worden zij vernietigd. Artikel 125n, tweede lid, is van toepassing.

Recente uitspraken

Art. 126cc Sv is sinds 2003 in 26 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Noord-Holland en CBb.

  • ECLI:NL:HR:2023:913 — 13-06-2023 Hoge Raad
    Prejudiciële beslissing HR, art. 553 Sv. 1. Prejudiciële procedure in strafzaken. 2. Beantwoording vragen over o.a. betekenis van (internationale of interstatelijke) vertrouwensbeginsel voor beoordeling van rechtmatigheid en betrouwbaarheid van resultaten die zijn verkregen met…
  • ECLI:NL:HR:2022:475 — 05-04-2022 Hoge Raad
    Cassatie in het belang van de wet n.a.v. uitspraken HvJ EU in zaken Tele2 Sverige en Watson, Ministerio Fiscal, La Quadrature du Net e.a. en Prokuratuur. Verlenen van toegang tot verkeers- en locatiegegevens (waaronder identificerende gegevens) a.b.i. art. 126n, 126na en 126ni…
  • ECLI:NL:HR:2012:BQ8596 — 06-03-2012 Hoge Raad
    1. Art. 126dd Sv, gebruik tapgegevens voor een ander strafrechtelijk onderzoek. 2. Bewijs medeplegen t.a.v. feit 1. 3. Bewijsmotivering feiten 1 en 3. Opzet van mededaders. Uitleg HR LJN AU2246. 4. Gegronde bewijsklacht (feit 1). De Hoge Raad spreekt om doelmatigheidsredenen…
  • ECLI:NL:HR:2005:AS4638 — 15-03-2005 Hoge Raad
    Tapgesprekken tussen verdachte en advocaten. 1. Het hof heeft overwogen dat het een schending van de met de bescherming van het verschoningsrecht samenhangende rechtsregels even ernstig acht als een mogelijk directe schending van het verschoningsrecht zelf en heeft de regels…
  • ECLI:NL:HR:2003:AF5705 — 13-05-2003 Hoge Raad
    -

Bekijk alle 26 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.