Artikel 533 Wetboek van Strafvordering
Lid 1
Indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten, kan de rechter, op verzoek van de gewezen verdachte, hem een vergoeding uit ’s Rijks kas toekennen voor de schade welke hij tengevolge van ondergane inverzekeringstelling, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat.
Lid 2
Een vergoeding, als bedoeld in het eerste lid, kan ook worden toegekend voor de schade die de gewezen verdachte heeft geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming die hij in het buitenland heeft ondergaan in verband met een door Nederlandse autoriteiten gedaan verzoek om uitlevering.
Lid 3
Het verzoek kan slechts worden ingediend binnen drie maanden na de beëindiging van de zaak. De behandeling van het verzoek door de raadkamer vindt plaats in het openbaar.
Lid 4
De raadkamer is zoveel mogelijk samengesteld uit de leden die op de terechtzitting over de zaak hebben gezeten.
Lid 5
Tot de toekenning is bevoegd het gerecht in feitelijke aanleg, waarvoor de zaak tijdens de beëindiging daarvan werd of zou worden vervolgd of anders het laatst werd vervolgd.
Lid 6
Een verzoek om vergoeding van door de gewezen verdachte geleden schade kan ook door zijn erfgenamen worden gedaan en de vergoeding kan ook aan hen worden toegekend. Bij deze toekenning blijft een vergoeding van het door de gewezen verdachte geleden nadeel dat niet in vermogensschade bestaat achterwege. Indien de gewezen verdachte na het indienen van zijn verzoek of na instelling van hoger beroep is overleden, geschiedt de toekenning ten behoeve van zijn erfgenamen.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 533 Sv is sinds 2020 in 663 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Zeeland-West-Brabant, Hof Amsterdam en Rb. Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2026:1004 — 30-06-2026 Hoge Raad
Cassatie in het belang van de wet. Afgewezen vordering tot tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis bij vrijheidsbeperkende maatregel en verzoekschrift ex art. 530.2 jo. 537 Sv tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand. Rb (enkelvoudige raadkamer) heeft in beschikking… - ECLI:NL:HR:2025:1868 — 09-12-2025 Hoge Raad
Deelname aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr), medeplegen bedrijfsmatige handel in vuurwapens en munitie (art. 9.1 WWM) en medeplegen voorhanden hebben van vuurwapens en munitie, meermalen gepleegd (art. 26.1 WWM). Verweer strekkende tot strafvermindering i.v.m.… - ECLI:NL:GHAMS:2026:2734 — 15-09-2026 Hof Amsterdam
GHAMS BRR - art 530 Sv - kosten rechtsbijstand niet in het oog springend bovenmatig - ECLI:NL:GHAMS:2026:2732 — 09-09-2026 Hof Amsterdam
GHAMS BRR - artikel 533 Sv - gronden van billijkheid na toepassing van art 9a Sr in de strafzaak - ECLI:NL:GHARL:2026:4297 — 01-07-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
Anders dan de rechtbank ziet het hof geen ruimte om schade ten gevolge van het niet doorgaan van strafonderbreking op grond van artikel 40a van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting in verband met de verdenking van een feit waarvan verzoeker is vrijgesproken te…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.