Artikel 530 Wetboek van Strafvordering
Lid 1
Indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht wordt aan de gewezen verdachte of zijn erfgenamen uit ’s Rijks kas een vergoeding toegekend voor zijn ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, berekend op de voet van het bij en krachtens de Wet tarieven in strafzaken bepaalde.
Lid 2
Indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht kan aan de gewezen verdachte of zijn erfgenamen uit ’s Rijks kas een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij tengevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens voor zover artikel 44a van de Wet op de rechtsbijstand van toepassing is, in de kosten van een raadsman. Een vergoeding voor de kosten van een raadsman gedurende de verzekering en de voorlopige hechtenis is hierin begrepen. Een vergoeding voor deze kosten kan voorts worden toegekend in het geval dat de zaak eindigt met oplegging van straf of maatregel op grond van een feit, waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten.
Lid 3
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing voor ouders van een minderjarige verdachte, die zijn opgeroepen ingevolge artikel 496, eerste lid.
Lid 4
De artikelen 529, tweede tot en met vijfde lid, 534 en 535 zijn van overeenkomstige toepassing.
Lid 5
Indien de gewezen verdachte na het indienen van zijn verzoek overleden is, geschiedt de toekenning ten behoeve van zijn erfgenamen.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 530 Sv is sinds 2020 in 1200 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Zeeland-West-Brabant, Hof Amsterdam en Rb. Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2026:1004 — 30-06-2026 Hoge Raad
Cassatie in het belang van de wet. Afgewezen vordering tot tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis bij vrijheidsbeperkende maatregel en verzoekschrift ex art. 530.2 jo. 537 Sv tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand. Rb (enkelvoudige raadkamer) heeft in beschikking… - ECLI:NL:HR:2024:1133 — 06-09-2024 Hoge Raad
Boetebeschikking; art. 67e AWR; art. 5:1 Awb; vergrijpboete feitelijk leidinggeven; (voorwaardelijk) opzet; verzoek om vergoeding werkelijke proceskosten. - ECLI:NL:HR:2024:1132 — 06-09-2024 Hoge Raad
Boetebeschikking; paragraaf 2, lid 6, BBBB; toestemmingsvereiste voor opleggen medeplegersboete; art. 67e AWR; artt. 4:84 en 5:1 Awb; vergrijpboete medepleger; (voorwaardelijk) opzet. - ECLI:NL:HR:2024:1131 — 06-09-2024 Hoge Raad
Boetebeschikking; art. 67e AWR; art. 5:1 Awb; vergrijpboete feitelijk leidinggeven; (voorwaardelijk) opzet; verzoek om vergoeding werkelijke proceskosten. - ECLI:NL:HR:2023:344 — 07-03-2023 Hoge Raad
Cassatie in het belang van de wet. Uitleg begrip ‘kosten van een raadsman’ a.bi. art. 530.2 Sv. HR: Aan begrip ‘raadsman’ in art. 530.2 Sv komt geen andere betekenis toe dan dat begrip heeft in art. 37 Sv. Onder de in art. 530.2 Sv bedoelde kosten van raadsman kunnen daarom…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.