Artikel 138a Wetboek van Strafvordering

Onder DNA-onderzoek wordt verstaan het onderzoek van celmateriaal dat slechts gericht is op het vergelijken van DNA-profielen, het vaststellen van uiterlijk waarneembare persoonskenmerken van de onbekende verdachte of het onbekende slachtoffer of het vaststellen van verwantschap.

Recente uitspraken

Art. 138a Sv is sinds 1999 in 9 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Overijssel.

  • ECLI:NL:HR:2025:1399 — 30-09-2025 Hoge Raad
    Medeplegen gekwalificeerde woninginbraak met geweld (art. 312.2 Sr). Verweer dat deel van uitgevoerd DNA-onderzoek onrechtmatig is, omdat daarvoor geen wettelijke grondslag bestaat. Vereist DNA-onderzoek van sporenmateriaal met bepaalde (nog) niet verdachte personen in…
  • ECLI:NL:HR:2011:BR3000 — 01-11-2011 Hoge Raad
    Slagende bewijsklacht medeplegen. Uit de bewijsvoering kan niet zonder meer worden afgeleid dat verdachte “tezamen en in vereniging” met een ander of anderen de diefstal heeft gepleegd.
  • ECLI:NL:HR:2007:BB2884 — 20-11-2007 Hoge Raad
    Gebruik DNA-vergelijking als bewijs; art. 151a en 151 b Sv en art. 16, 17 Besluit DNA-onderzoek in strafzaken (hierna: Besluit). Begrip verdachte a.b.i. art. 16.1 (oud) Besluit. De vergelijking van een in de databank opgenomen nieuw DNA-profiel van een verdachte met de in die…
  • ECLI:NL:HR:2002:AE5654 — 08-10-2002 Hoge Raad
    -
  • ECLI:NL:HR:1999:AA3804 — 12-10-1999 Hoge Raad
    -

Bekijk alle 9 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.