Artikel 126v Wetboek van Strafvordering

Lid 1

In geval van verdenking van een misdrijf, dan wel in een geval als bedoeld in artikel 126o, eerste lid, kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek bevelen dat een opsporingsambtenaar met een persoon die geen opsporingsambtenaar is, overeenkomt dat deze voor de duur van het bevel bijstand verleent aan de opsporing door stelselmatig informatie in te winnen omtrent een verdachte, onderscheidenlijk een persoon ten aanzien van wie een redelijk vermoeden bestaat dat deze is betrokken bij het in het georganiseerd verband beramen of plegen van misdrijven.

Lid 2

Het bevel, bedoeld in het eerste lid, is schriftelijk en vermeldt:

  1. bij verdenking van een misdrijf, het misdrijf en indien bekend de naam of anders een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de verdachte;

  2. in een geval als bedoeld in artikel 126o, eerste lid: een omschrijving van het georganiseerd verband;

  3. de feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld;

  4. een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de persoon omtrent wie informatie wordt ingewonnen en

  5. de geldigheidsduur van het bevel.

Lid 3

De overeenkomst tot het stelselmatig inwinnen van informatie is schriftelijk en vermeldt:

  1. de rechten en plichten van de persoon die bijstand verleent aan de opsporing, alsmede de wijze waarop aan de overeenkomst uitvoering wordt gegeven, en

  2. de geldigheidsduur van de overeenkomst.

Lid 4

Op het bevel is artikel 126g, vierde en zesde tot en met achtste lid, van overeenkomstige toepassing.

Recente uitspraken

Art. 126v Sv is sinds 2003 in 34 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Noord-Nederland, Hof Arnhem-Leeuwarden en Rb. Midden-Nederland.

  • ECLI:NL:HR:2026:178 — 10-02-2026 Hoge Raad
    Onderzoek Vidar. Eendaadse samenloop van medeplegen bereiden en aanwezig hebben van speed (art. 2.B en 2.C Opiumwet), medeplegen witwassen van geldbedrag (art. 420bis.1.b Sr) en gewoontewitwassen van geldbedragen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr). 1. HR wijdt algemene…
  • ECLI:NL:HR:2003:AM0241 — 09-12-2003 Hoge Raad
    Het voorschrift uit de Aanwijzing opsporingsbevoegdheden dat informatie afkomstig van informanten (niet zijnde een persoon als bedoeld in art. 126v Sv) uitsluitend door middel van een pv van het hoofd CIE aan derden wordt verstrekt, strekt niet ter bescherming van de belangen…
  • ECLI:NL:GHARL:2026:1441 — 10-03-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Veroordeling voor het uitlokken van een poging tot moord op partner, uitlokken van drie brandstichtingen en valsheid in geschrift. Het hof vindt een gevangenisstraf van achttien jaar passend, maar legt aan verdachte een gevangenisstraf van zeventien jaar en zes maanden op in…
  • ECLI:NL:GHARL:2026:1425 — 10-03-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Veroordeling voor het plegen van een poging tot moord, meerdere brandstichtingen en twee vernielingen. Het hof vindt een gevangenisstraf van zestien jaar passend, maar legt aan verdachte een gevangenisstraf van vijftien jaar en zes maanden op in verband met de overschrijding van…
  • ECLI:NL:GHARL:2024:8236 — 12-07-2024 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Onderzoek Vidar. Inzet criminele burgerinfiltrant. Oordeel over rechtmatigheid van inzet en betrouwbaarheid van CBI. Bespreking Tallon-criterium en andere vormverzuimen. Verdachten zijn veroordeeld voor feiten die verband houden met (voorbereidingshandelingen van) internationale…

Bekijk alle 34 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.