Artikel 344a Wetboek van Strafvordering

Lid 1

Het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, kan door de rechter niet uitsluitend of in beslissende mate worden gegrond op schriftelijke bescheiden houdende verklaringen van personen wier identiteit niet blijkt.

Lid 2

Een proces-verbaal van een verhoor bij de rechter-commissaris, houdende de verklaring van een persoon die als bedreigde getuige is aangemerkt, dan wel de verklaring van een persoon die als afgeschermde getuige is aangemerkt en wiens identiteit verborgen is gehouden, kan alleen meewerken tot het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, indien ten minste aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  1. de getuige is een bedreigde getuige of een afgeschermde getuige en is als zodanig door de rechter-commissaris gehoord, en

  2. het ten laste gelegde feit, voor zover bewezen, betreft een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, en levert gezien zijn aard, het georganiseerd verband waarin het is begaan, of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven, een ernstige inbreuk op de rechtsorde op.

Lid 3

Een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt, kan, buiten het geval omschreven in het tweede lid, alleen meewerken tot het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, indien ten minste aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  1. de bewezenverklaring vindt in belangrijke mate steun in andersoortig bewijsmateriaal, en

  2. door of namens de verdachte is niet op enig moment in het geding de wens te kennen gegeven om de in de aanhef bedoelde persoon te ondervragen of te doen ondervragen.

Lid 4

Het bewijs dat de verdachte het telastegelegde feit heeft begaan, kan door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op grond van verklaringen van getuigen met wie op grond van artikel 226h, derde lid, of 226k een afspraak is gemaakt.

Recente uitspraken

Art. 344a Sv is sinds 2004 in 156 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Hoge Raad en Hof Arnhem-Leeuwarden.

  • ECLI:NL:HR:2023:982 — 27-06-2023 Hoge Raad
    Vergismoord in parkeergarage in Amsterdam. Beschieting van auto waarbij bestuurder om het leven is gekomen, zijn partner zwaargewond is geraakt en hun tweejarig dochtertje dat op achterbank zat ongedeerd is gebleven. Medeplegen van (poging) moord op inzittenden auto (art. 289…
  • ECLI:NL:HR:2023:469 — 18-04-2023 Hoge Raad
    Medeplegen nachtelijke woninginbraak, art. 311.1 Sr. Heeft hof voldaan aan bijzonder motiveringsvoorschrift van art. 360 Sv door anonieme melding bij politie voor bewijs te gebruiken zonder gemotiveerd oordeel te geven over betrouwbaarheid van anonieme verklaring a.b.i. art.…
  • ECLI:NL:HR:2020:1007 — 09-06-2020 Hoge Raad
    Openlijke geweldpleging (art. 141.1 Sr). Dient relaas van “de auditu-verklaring” van onbekende centralist over wat onbekende “112-melder” heeft gezegd te worden aangemerkt als anonieme verklaring a.b.i. art. 344a.3 Sv? HR herhaalt relevante overwegingen uit…
  • ECLI:NL:HR:2019:604 — 23-04-2019 Hoge Raad
    Liquidatieproces Passage. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren en zes maanden voor vier feiten m.b.t. het voorhanden hebben (art. 26.1 WWM), overdragen (art. 31.1 WWM) en zonder erkenning verhandelen (art. 9.1 WWM) van (vuur)wapens en munitie en van…
  • ECLI:NL:HR:2019:603 — 23-04-2019 Hoge Raad
    Liquidatieproces Passage. Verdachte is veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf voor medeplegen van moord (art. 289 Sr) en medeplegen van doodslag (art. 287 Sr). 1. Kroongetuigenregeling, art. 226g Sv en art. 44a Sr. 2. Verenigbaarheid levenslange gevangenisstraf met art. 3…

Bekijk alle 156 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.