Artikel 242 Wetboek van Strafvordering

Lid 1

Indien naar aanleiding van het ingestelde voorbereidende onderzoek het openbaar ministerie van oordeel is dat verdere vervolging moet plaats hebben, door het uitvaardigen van een strafbeschikking of anderszins, gaat het daartoe zoo spoedig mogelijk over.

Lid 2

Zoolang het onderzoek op de terechtzitting nog niet is aangevangen, kan van verdere vervolging worden afgezien, ook op gronden aan het algemeen belang ontleend. Het openbaar ministerie kan, onder het stellen van bepaalde voorwaarden, de beslissing of verdere vervolging plaats moet hebben voor een daarbij te bepalen termijn uitstellen.

Lid 3

Indien de officier van justitie voorwaarden stelt betreffende het gedrag van de verdachte, stelt hij tevens als voorwaarde dat de verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt, voor zover dit nog niet is geschied. Ten behoeve van de naleving van de voorwaarden wordt bij de uitvoering daarvan de identiteit van de verdachte vastgesteld op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid.

Recente uitspraken

Art. 242 Sv is sinds 1996 in 30 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Den Haag en Rb. Amsterdam.

  • ECLI:NL:HR:2019:1472 — 01-10-2019 Hoge Raad
    Cassatie in belang der wet. Beschikking Rb inhoudende toewijzing verzoek ex art. 36 Sv tot verklaring dat zaak geëindigd is. 1. Op welk moment neemt “vervolging” a.b.i. art. 36 Sv aanvang? 2. Kan verklaring ex art. 36 Sv dat zaak is geëindigd worden gegeven wanneer onderzoek…
  • ECLI:NL:HR:2018:2011 — 13-11-2018 Hoge Raad
    Medeplegen mensenhandel (meermalen gepleegd), art. 237f Sr en medeplegen gewoontewitwassen, art. 420bis jo. 420ter Sr. ‘Non-prosecution/non-punishment beginsel’ t.a.v. slachtoffers van mensenhandel, art. 8 EU-Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van…
  • ECLI:NL:HR:2004:AR3264 — 16-11-2004 Hoge Raad
    OM-cassatie tegen oordeel rb die hoger beroep van OvJ tegen afwijzing vordering bewaring bolletjesslikker ongegrond achtte. De rb heeft gelet op art. 67a.3 Sv terecht geoordeeld dat een bevel bewaring, dat niet kan worden gegeven met het oog op de inbeslagneming van verboden…
  • ECLI:NL:HR:1998:AA9342 — 06-01-1998 Hoge Raad
    Pikmeer Ⅱ: vervolg op HR DD 96.279/NJ 1996, 513. Hoge Raad scherpt criterium met betrekking tot strafrechtelijke immuniteit van overheidslichamen aan.
  • ECLI:NL:HR:1996:ZD0502 — 25-06-1996 Hoge Raad
    Artikel 12 Sv-procedure ; klacht niet-vervolging door het Openbaar Ministerie.

Bekijk alle 30 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.