Artikel 6:6:30a Wetboek van Strafvordering
Lid 1
Het openbaar ministerie kan een vordering instellen om te worden gemachtigd het dwangmiddel gijzeling jegens de veroordeelde toe te passen indien volledig verhaal overeenkomstig de artikelen 6:4:4, 6:4:5 en 6:4:6 niet mogelijk blijkt bij een aan de jeugdige opgelegde verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Lid 2
Artikel 6:6:25 is van toepassing met dien verstande dat, zolang de veroordeelde de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, de vordering wordt ingesteld bij de kinderrechter die in eerste aanleg heeft kennisgenomen van het strafbaar feit naar aanleiding waarvan een in het eerste lid bedoelde verplichting is opgelegd.
Recente uitspraken
Art. 6:6:30a Sv is sinds 2025 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad.
- ECLI:NL:HR:2025:905 — 17-06-2025 Hoge Raad
Jeugdzaak. Letsel door schuld in verkeer (art. 6 WVW 1994) en verlaten plaats ongeval (art. 7.1.b (oud) WVW 1994). 1. Bewijsklacht verlaten plaats ongeval t.a.v. “hulpeloze toestand”. 2. Verandering van wetgeving, art. 1.2 Sr. Kon hof bij oplegging van schadevergoedingsmaatregel…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.