Artikel 490 Wetboek van Strafvordering

Lid 1

In afwijking van artikel 59, vijfde lid, wordt de raad voor de kinderbescherming onverwijld van de inverzekeringstelling van de verdachte in kennis gesteld. De raad voor de kinderbescherming rapporteert zo spoedig mogelijk.

Lid 2

Indien een rapportage van de raad voor de kinderbescherming beschikbaar is, slaat de officier van justitie daarop acht alvorens een vordering tot bewaring te doen.

Lid 3

Indien de verdachte rechtens zijn vrijheid is benomen en niet is geplaatst in een justitiële jeugdinrichting, is ten aanzien van zijn ouders of voogd artikel 45 van toepassing. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de beperking van contacten tussen een verdachte en zijn ouders of voogd.

Recente uitspraken

Art. 490 Sv is sinds 2020 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Zeeland-West-Brabant.

  • ECLI:NL:RBZWB:2023:2247 — 04-04-2023 Rb. Zeeland-West-Brabant
    Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor valsheid in geschrift, het doen van een valse aangifte en belaging. Verminderd toerekeningsvatbaar. Overschrijding redelijke termijn. Deel werkstraf onvoorwaardelijk i.v.m. beslag leggen op schaarse opsporingsmiddelen politie.
  • ECLI:NL:RBZWB:2020:5646 — 17-11-2020 Rb. Zeeland-West-Brabant
    Geen keuzevrijheid in het volgen van procedure art 45/46 jo 490 Sv ofwel art 488ab Sv. Art 488ab Sv is een lex specialis. Ovj niet-ontvankelijk.

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.