Artikel 482a Wetboek van Strafvordering

Lid 1

De Hoge Raad kan op aanvraag van het College van procureurs-generaal een onherroepelijke einduitspraak van de rechter in Nederland houdende vrijspraak of ontslag van alle rechtsvervolging ten nadele van de gewezen verdachte herzien indien dit in het belang is van een goede rechtsbedeling en:

  1. er sprake is van een gegeven dat aan de rechter bij het onderzoek op de terechtzitting niet bekend was en waardoor het ernstige vermoeden ontstaat dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, de zaak zou zijn geëindigd in een veroordeling van de gewezen verdachte voor een opzettelijk begaan misdrijf dat de dood van een ander ten gevolge heeft;

  2. de uitspraak berust op stukken waarvan de valsheid na de uitspraak is vastgesteld en het ernstige vermoeden bestaat dat indien de valsheid aan de rechter bekend zou zijn geweest, de zaak zou zijn geëindigd in een veroordeling van de gewezen verdachte;

  3. het is komen vast te staan dat een getuige of deskundige zich met betrekking tot de zaak aan het in artikel 207 van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf schuldig heeft gemaakt en het ernstige vermoeden bestaat dat indien de meinedigheid aan de rechter bekend zou zijn geweest, de zaak zou zijn geëindigd in een veroordeling van de gewezen verdachte;

  4. het na het onherroepelijk worden van de uitspraak is komen vast te staan dat de gewezen verdachte zich met betrekking tot zijn strafzaak schuldig heeft gemaakt aan een van de in de artikelen 177 tot en met 178, 179, 284, 284a, 285 en 285a van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijven en het ernstige vermoeden bestaat dat indien de verdachte dit misdrijf niet zou hebben begaan de zaak zou zijn geëindigd in een veroordeling van de gewezen verdachte.

Lid 2

Herziening ten nadele van de gewezen verdachte van een onherroepelijke einduitspraak van de rechter in Nederland is tevens mogelijk indien is komen vast te staan dat de rechter zich met betrekking tot de aan zijn oordeel onderworpen zaak schuldig heeft gemaakt aan het in artikel 364 van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf.

Lid 3

Als een in het eerste lid, onder a, bedoeld gegeven kunnen uitsluitend worden aangemerkt:

  1. verklaringen, schriftelijke bescheiden of processen-verbaal, houdende een geloofwaardige bekentenis van de gewezen verdachte of van een persoon die wegens hetzelfde feit is vrijgesproken of ontslagen van alle rechtsvervolging, dan wel

  2. de resultaten van technisch onderzoek.

Lid 4

Indien de in artikel 482b, tweede lid, bedoelde bewijsmiddelen het resultaat zijn van onderzoek dat niet overeenkomstig de wettelijke voorschriften heeft plaatsgevonden en waarbij een inbreuk is gemaakt op een recht van de gewezen verdachte worden deze bewijsmiddelen niet in aanmerking genomen bij de beoordeling van de herzieningsaanvraag en niet als bewijs in de strafzaak gebruikt.

Lid 5

Onder een misdrijf als bedoeld in het eerste lid, onder a, is niet begrepen de medeplichtigheid aan, poging tot en voorbereiding van dat misdrijf.

Recente uitspraken

Art. 482a Sv is sinds 2016 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad.

  • ECLI:NL:HR:2026:1116 — 30-06-2026 Hoge Raad
    Herziening ten nadele door OM. Vrijspraak t.z.v. moord op vrouw in 2006 in Alphen aan den Rijn, die op 13-3-2012 onherroepelijk is geworden. Aangevoerd wordt dat verdachte zou zijn veroordeeld voor opzettelijk begaan misdrijf dat dood van vrouw ten gevolge heeft gehad als…
  • ECLI:NL:HR:2016:2520 — 08-11-2016 Hoge Raad
    Herziening ten nadele. Art. 482a e.v. Sv. Vivaldi-zaak, waarbij de bedrijfsleider van een Aldi-supermarkt tijdens een gewapende overval is doodgeschoten. HR beperkt zich tot de beoordeling van de vraag of de aanvraag voldoet aan de eisen van 482a.1a in verbinding met 482a.3b Sv.…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.