Artikel 124 Wetboek van Strafvordering

Lid 1

Voor de handhaving der orde ter gelegenheid van ambtsverrichtingen draagt zorg de voorzitter van het college, of de rechter of ambtenaar, die met de leiding dier verrichtingen is belast.

Lid 2

Deze neemt de noodige maatregelen opdat die ambtsverrichtingen zonder stoornis zullen kunnen plaats vinden.

Lid 3

Indien daarbij iemand de orde verstoort of op eenigerlei wijze hinderlijk is, kan de betrokken voorzitter, rechter of ambtenaar, na hem zoo noodig te hebben gewaarschuwd, bevelen dat hij zal vertrekken en, ingeval van weigering, hem doen verwijderen en tot den afloop der ambtsverrichtingen in verzekering doen houden.

Lid 4

Van een en ander wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat bij de processtukken wordt gevoegd.

Lid 5

Met de dienst der gerechten zijn belast ambtenaren van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, dan wel andere ambtenaren of functionarissen, voor zover die ambtenaren of functionarissen door Onze Minister van Veiligheid en Justitie zijn aangewezen. Deze ambtenaren of functionarissen nemen de aanwijzingen in acht van de voorzitter van het college, de rechter of de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid.

Recente uitspraken

Art. 124 Sv is sinds 2001 in 16 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Den Haag en Hof Amsterdam.

  • ECLI:NL:HR:2013:577 — 03-09-2013 Hoge Raad
    Economische zaak. Art. 180 Sr en art. 124 Sv. Wederspannigheid? Werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. Ter handhaving van de openbare orde zijn de in art. 124 Sv genoemde personen, waaronder opsporingsambtenaren, bevoegd de nodige maatregelen te treffen opdat…
  • ECLI:NL:HR:2010:BJ9897 — 02-03-2010 Hoge Raad
    Voorzittersbeslissing. Art. 124 Sv. Blijkens de gang van zaken is de raadsman van verdachte ttz. het woord ontnomen – nadat de voorzitter hem enige malen had gemaand zich te onthouden van ongepaste uitlatingen over de RM dan wel het OM – op de grond dat hij "door zich bij…
  • ECLI:NL:HR:2003:AG3596 — 16-09-2003 Hoge Raad
    16 september 2003 Strafkamer nr. 00333/03 B LR/SM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Breda van 3 februari 2003, nummer RK 02/1196, naar aanleiding van een door de Officier van Justitie gevraagd verlof als…
  • ECLI:NL:HR:2001:AD4383 — 30-10-2001 Hoge Raad
    -
  • ECLI:NL:GHSHE:2025:2130 — 28-07-2025 Hof 's-Hertogenbosch
    Wrakingsverzoek toegewezen. De wijze waarop de strafzitting is verlopen, heeft niet voldoende waarborgen geboden om een gerechtvaardigde twijfel van partijdigheid uit te sluiten. De behandelend raadsheren hebben onvoldoende oog gehad voor het recht van verzoeker op effectieve…

Bekijk alle 16 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.