Artikel 6:6:26 Wetboek van Strafvordering
Lid 1
De rechter kan op vordering van het openbaar ministerie, of op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de veroordeelde of van een benadeelde derde, het in de opgelegde verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel vastgestelde bedrag verminderen of kwijtschelden. Is het bedrag reeds betaald of verhaald, dan kan de rechter bevelen dat het geheel of gedeeltelijk zal worden teruggegeven of aan een door hem aangewezen derde zal worden uitgekeerd. Het bevel laat ieders recht op het teruggegeven of uitgekeerde bedrag onverlet.
Lid 2
Indien blijkt dat een hoger bedrag is vastgesteld dan de som van het werkelijke voordeel, geeft de rechter een beschikking strekkende tot vermindering of teruggave, ten minste gelijk aan het verschil.
Lid 3
Het openbaar ministerie en de verdachte onderscheidenlijk de benadeelde derde worden gehoord, althans hiertoe opgeroepen, tenzij – bij een tweede of volgende verzoek van de verdachte onderscheidenlijk de benadeelde derde – dit verzoek kennelijk ongegrond is.
Lid 4
De vordering en het verzoek, bedoeld in het eerste lid, kunnen niet meer worden gedaan nadat drie jaren zijn verstreken sedert de dag waarop het bedrag, of het laatste gedeelte daarvan, is betaald of verhaald.
Lid 5
De rechter kan ambtshalve bevelen dat de maatregel, hangende zijn beslissing, niet ten uitvoer zal worden gelegd. Het bevel wordt onverwijld ter kennis gebracht van Onze Minister.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 6:6:26 Sv is sinds 2020 in 94 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch, Rb. Amsterdam en Rb. Den Haag.
- ECLI:NL:HR:2022:808 — 31-05-2022 Hoge Raad
OM-cassatie en cassatie betrokkene. Profijtontneming, w.v.v. uit witwassen (meermalen gepleegd). Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.3 Sr. Hof heeft w.v.v. geschat op € 638.051 en aan betrokkene na vermindering wegens in strafzaak verbeurdverklaarde auto’s en… - ECLI:NL:HR:2021:376 — 16-03-2021 Hoge Raad
Profijtontneming w.v.v. uit gewoontewitwassen en deelnemen aan criminele organisatie. Matigingsbevoegdheid ex art. 36e.5 Sr. Is hof voldoende gemotiveerd afgeweken van uos strekkende tot matiging betalingsverplichting aan 57-jarige betrokkene zonder werk? HR herhaalt relevante… - ECLI:NL:HR:2021:112 — 02-02-2021 Hoge Raad
Cassatie in het belang van de wet. Profijtontneming. Gevolgen van faillissement voor geldboete of ontnemingsmaatregel, wanneer faillissement wordt beëindigd door gehomologeerd akkoord tussen gefailleerde en zijn schuldeisers. 1. Vanaf welk moment kan OvJ o.g.v. art. 94d.3 Sv als… - ECLI:NL:HR:2020:2029 — 15-12-2020 Hoge Raad
Profijtontneming, w.v.v. uit oplichting en witwassen. Verzoek om in rechte toegekende vorderingen b.p.’s in mindering te brengen op schatting w.v.v. afgewezen op de grond dat deze vorderingen nog niet onherroepelijk waren toegekend. Dient HR alsnog te bepalen dat bedragen van… - ECLI:NL:HR:2020:124 — 28-01-2020 Hoge Raad
Profijtontneming, w.v.v. uit diefstal in vereniging d.m.v. valse sleutels, meermalen gepleegd. Had het Hof de in rechte hoofdelijk toegewezen vorderingen b.p., terwijl niet betrokkene maar één van zijn mededaders deze vorderingen volledig heeft voldaan, in mindering moeten…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.