Artikel 6:7:2 Wetboek van Strafvordering

Lid 1

Een verzoekschrift om gratie schort de tenuitvoerlegging of ingang van de straf waarvan gratie wordt verzocht en waarvan de tenuitvoerlegging nog niet is aangevangen, op in de gevallen, waarin het verzoek betrekking heeft op een onherroepelijk vonnis of arrest met een veroordeling tot:

  1. een vrijheidsstraf van zes maanden of minder;

  2. een vrijheidsstraf van zes maanden of minder die voorwaardelijk is opgelegd en waarvan de tenuitvoerlegging is bevolen ingevolge het niet naleven van een gestelde voorwaarde;

  3. een taakstraf.

Lid 2

Een verzoekschrift om gratie schort voorts de tenuitvoerlegging van de straf of maatregel op in de gevallen, waarin een jaar na het onherroepelijk worden van de rechterlijke beslissing waarvan gratie wordt verzocht, de tenuitvoerlegging, anders dan op verzoek van de veroordeelde, nog niet is aangevangen.

Recente uitspraken

Art. 6:7:2 Sv is sinds 2022 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag en Rb. Noord-Holland.

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:20816 — 27-07-2023 Rb. Den Haag
    Vordering opschorting tenuitvoerlegging gevangenisstraf in afwachting van beslissing op gratieverzoek afgewezen.
  • ECLI:NL:RBNHO:2022:5998 — 12-07-2022 Rb. Noord-Holland
    Ontucht met zes meisjes, gepleegd door handbaltrainer. Bewijsconstructie, deels aan de hand van schakelbewijs. Gevangenisstraf van 48 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk. Overwegingen van de rechtbank over toepassing van vrijheidsstraf bij een verdachte op gevorderde…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.