Artikel 6:7:1 Wetboek van Strafvordering

Lid 1

Gratie kan worden verzocht en verleend ter zake van door de Nederlandse strafrechter onherroepelijk opgelegde:

  1. hoofdstraffen en bijkomende straffen;

  2. maatregelen van onttrekking aan het verkeer, ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege, plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders en vrijheidsbeperking.

Lid 2

Gratie kan voorts worden verzocht en verleend ter zake van:

  1. een gevangenisstraf die door het Internationaal Strafhof is opgelegd wegens een misdrijf gericht tegen de rechtspleging van het Strafhof en waarvan de tenuitvoerlegging in Nederland geschiedt overeenkomstig artikel 67 of 68 van de Uitvoeringswet Internationaal Strafhof;

  2. een gevangenisstraf die krachtens een rechterlijke beslissing in een vreemde staat is opgelegd, en in Nederland ten uitvoer te leggen met toepassing van artikel 43 van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen of na ongegrondverklaring van een bezwaarschrift ingediend krachtens artikel 35 van die wet;

  3. sancties opgelegd in een andere lidstaat van de Europese Unie en in Nederland ten uitvoer te leggen met toepassing van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie en de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties.

Lid 3

Geen gratie kan worden verleend van onvoorwaardelijke geldboeten tot en met een bedrag van € 340.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 6:7:1 Sv is sinds 2022 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, CRvB en Rb. Den Haag.

  • ECLI:NL:HR:2025:89 — 17-01-2025 Hoge Raad
    Onrechtmatige overheidsdaad. Strafvordering. Tenuitvoerlegging in Nederland van in België opgelegde vrijheidsstraf op grond van Kaderbesluit 2008/909/JBZ en Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties. Bevoegdheid van art. 6:2:10…
  • ECLI:NL:HR:2025:88 — 17-01-2025 Hoge Raad
    Onrechtmatige overheidsdaad. Strafvordering. Tenuitvoerlegging in Nederland van in België opgelegde vrijheidsstraf op grond van Kaderbesluit 2008/909/JBZ en Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties. Bevoegdheid van art. 6:2:10…
  • ECLI:NL:CRVB:2022:2623 — 06-12-2022 CRvB
    Conclusie van advocaat-generaal Wattel over het toetsingskader bij het terugkomen van in rechte onaantastbaar geworden boetebesluiten. In de conclusie wordt gesteld dat het in beginsel evident onredelijk is om heroverweging van een boetebesluit te weigeren als die boete…
  • ECLI:NL:RBDHA:2025:27988 — 17-12-2025 Rb. Den Haag
    De rechtbank is van oordeel dat eiser geen zelfstandig belang heeft bij de door hem gevorderde verklaring voor recht dat hij (blijvend) detentieongeschikt is, omdat aan deze vaststelling geen directe rechtsgevolgen kunnen worden verbonden. Ook kan niet worden geconcludeerd dat…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.