Artikel 126ij Wetboek van Strafvordering

Lid 1

In een geval als bedoeld in artikel 126i, eerste lid, kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek met een persoon die geen opsporingsambtenaar is, overeenkomen dat deze bijstand verleent aan de opsporing door:

  1. goederen af te nemen van de verdachte,

  2. gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen door middel van een geautomatiseerd werk, door tussenkomst van een openbaar telecommunicatienetwerk af te nemen van de verdachte, of

  3. diensten te verlenen aan de verdachte.

Lid 2

Toepassing van het eerste lid vindt alleen plaats indien de officier van justitie van oordeel is dat geen bevel als bedoeld in artikel 126i, eerste lid, kan worden gegeven.

Lid 3

De persoon die op grond van het eerste lid bijstand verleent aan de opsporing, mag bij de uitvoering daarvan een persoon niet brengen tot andere strafbare feiten dan waarop diens opzet reeds tevoren was gericht.

Lid 4

Bij de toepassing van het eerste lid legt de officier van justitie schriftelijk vast:

  1. het misdrijf en indien bekend de naam of anders een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van de verdachte;

  2. de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn vervuld;

  3. de aard van de goederen, gegevens of diensten;

Lid 5

De overeenkomst tot pseudo-koop of -dienstverlening is schriftelijk en vermeldt:

  1. de rechten en plichten van de persoon die op grond van het eerste lid bijstand verleent aan de opsporing, alsmede de wijze waarop aan de overeenkomst uitvoering wordt gegeven, daaronder begrepen strafbaar handelen, en

  2. het tijdstip waarop, of de periode waarbinnen aan de overeenkomst uitvoering wordt gegeven.

Lid 6

Artikel 126w, zevende en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.

Recente uitspraken

Art. 126ij Sv is sinds 2004 in 50 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Noord-Nederland en Hof Arnhem-Leeuwarden.

  • ECLI:NL:HR:2023:239 — 14-02-2023 Hoge Raad
    Verduistering van geldbedragen door secretaris stichting (meermalen gepleegd), art. 321 Sr 1. Bewijsklachten (opzet op) wederrechtelijkheid en opzet op wederrechtelijk toe-eigenen van geldbedragen. 2. Is sprake van burgerpseudodienstverlening a.b.i. art. 126ij Sv? HR: art. 81.1…
  • ECLI:NL:HR:2017:2856 — 14-11-2017 Hoge Raad
    Leerdamse schilderijenroof. Burgerpseudokoop met als doel gestolen schilderijen van Frans Hals en Jacob van Ruysdael terug te krijgen. Art. 126ij Sv, subsidiariteitseis. Hof heeft vastgesteld dat het doel van het OM was twee uiterst waardevolle schilderijen die tot het culturele…
  • ECLI:NL:HR:2016:2779 — 06-12-2016 Hoge Raad
    OM-cassatie. Vormverzuim, bewijsuitsluiting. Art. 359a Sv. Het Hof heeft geoordeeld dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim i.v.m. het “niet tijdig en naar behoren” informeren van verdachte over de inzet van een informant. ’s Hofs oordeel dat bewijsuitsluiting het…
  • ECLI:NL:HR:2016:2778 — 06-12-2016 Hoge Raad
    OM-cassatie. Vormverzuim, bewijsuitsluiting. Art. 359a Sv. Het Hof heeft geoordeeld dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim i.v.m. het “niet tijdig en naar behoren” informeren van verdachte over de inzet van een informant. ’s Hofs oordeel dat bewijsuitsluiting het…
  • ECLI:NL:HR:2016:2777 — 06-12-2016 Hoge Raad
    OM-cassatie. Vormverzuim, bewijsuitsluiting. Art. 359a Sv. Het Hof heeft geoordeeld dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim i.v.m. het “niet tijdig en naar behoren” informeren van verdachte over de inzet van een informant. ’s Hofs oordeel dat bewijsuitsluiting het…

Bekijk alle 50 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.